JONDR 2025/159
HR, 10-12-2024, nr. 22/02736
HR 10-12-2024, ECLI:NL:HR:2024:1818
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 december 2024
- Zaaknummer
22/02736
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1818, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑12‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:799, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑09‑2024
- Wetingang
Art. 2:3a lid 1 Wft
Essentie
Hawalabankieren. Medeplegen opzettelijk zonder vergunning optreden als betaaldienstverlener, terwijl hiervan een gewoonte is gemaakt, art. 2:3a lid 1 Wft.
Uitspraak
Kwalificatie bewezenverklaarde. Houden tll. en bewezenverklaring in dat feit is begaan door persoon ‘met zetel in Nederland’ a.b.i. art. 2:3a lid 1 Wft? Bestanddeel van verbodsnorm van art. 2:3a lid 1 Wft is dat bedrijf van betaaldienstverlener ‘met zetel in Nederland’ wordt uitgeoefend. O.g.v. art. 1:1 Wft kan onder ‘zetel’ ook worden verstaan ‘plaats waar die onderneming haar hoofdvestiging heeft’. Als (zoals in deze zaak) geen sprake is van rechtspersoon, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.