NJB 2025/10:Het ‘met zetel in Nederland’ uitoefenen van het bedrijf van betaaldienstverlener zonder een daartoe door de Nederlandsche Bank verleende vergunning, art. 2:3a lid 1 Wft: op grond van art. 1:1 Wft kan onder de ‘zetel’ ook worden verstaan ‘de plaats waar die onderneming haar hoofdvestiging heeft’. Als – zoals in deze zaak – geen sprake is van een rechtspersoon, moet art. 1:1 Wft zo worden uitgelegd dat die hoofdvestiging doorgaans samenvalt met de plaats waar de feitelijke werkzaamheden die als bedrijfsmatige betaaldienstverlening worden aangemerkt, in overwegende mate worden uitgeoefend en aangestuurd.