NJB 2024/1801:Verstrekking schriftelijke vertaling van de dagvaarding of in een begrijpelijke taal schriftelijk mededeling doen aan de verdachte die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, art. 260 lid 5 Sv: wanneer deze bepaling van toepassing is en niet blijkt dat aan de vereisten daaruit is voldaan, moet de rechter, als hij van oordeel is dat de verdachte door die omstandigheid in zijn verdediging is geschaad, het onderzoek op de terechtzitting schorsen opdat de verdachte alsnog op de hoogte kan worden gesteld van de tegen hem ingebrachte beschuldiging. Hoewel in casu uit de door het hof in aanmerking genomen omstandigheden niet zonder meer kan volgen dat de verdachte bekend was met de in de tenlastelegging opgenomen beschuldiging, hoeft dat niet tot cassatie te leiden, nu de beslissing van het hof om het onderzoek op de terechtzitting niet te schorsen kennelijk tevens berust op de grond dat, ook als de oproeping voor een latere terechtzitting in hoger beroep wel was voorzien van een schriftelijke vertaling van de dagvaarding in eerste aanleg, met daarin opgenomen de tenlastelegging, of een korte omschrijving van het feit, deze de verdachte niet zou hebben bereikt en dat het opnieuw betekenen van de oproeping zinloos is.