Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/598
Poging tot zware mishandeling, art. 45 en 302 lid 1 Sr. 1. Sanctietoemetingsbeslissing, oplegging contactverbod als vrijheidsbeperkende maatregel a.b.i. art. 38v Sr. Kon hof aan vrijheidsbeperkende maatregel de verplichting verbinden dat verdachte geen contact ‘zal hebben’ met slachtoffer, nu naleving daarvan niet onder alle omstandigheden afhankelijk is van gedrag van verdachte? 2. Vordering benadeelde partij. Kon hof kosten voor ‘opvragen medische stukken’ aanmerken als materiële schade i.p.v. proceskosten? 3. Vordering b.p. Aanvangsdatum wettelijke rente t.a.v. kosten voor ‘opvragen medische stukken’. Kon hof oordelen dat toegewezen bedrag moet worden vermeerderd met wettelijke rente vanaf pleegdatum? Ad 1. Hof heeft bij oplegging van vrijheidsbeperkende maatregel, v.zv. deze inhoudt dat verdachte op geen enkele wijze (direct of indirect) contact ‘zal opnemen, zoeken of hebben’ met slachtoffer kennelijk willen aansluiten bij de in art. 38v lid 2 sub b Sr omschreven verplichting. ’s Hofs beslissing moet daarom zo worden verstaan dat hof verdachte heeft bevolen zich voor duur van 3 jaren te onthouden van contact met slachtoffer. Ad 2. Hof heeft vastgesteld dat b.p. zich in strafproces heeft gevoegd met vordering tot schadevergoeding voor o.m. materiële schade voor ‘opvragen medische stukken’. Uit stukken volgt dat huisarts van b.p. brief met medische informatie heeft opgesteld in antwoord op vragen van advocaat van b.p. over letsel van b.p. en kosten van opstellen en opsturen van deze informatie in rekening heeft gebracht bij advocaat. Advocaat heeft deze kosten vervolgens in rekening gebracht bij b.p. Hof heeft deze kosten aangemerkt als materiële schade die rechtstreeks gevolg is van bewezenverklaarde feit. Met beslissing tot toewijzing van vordering v.zv. deze betrekking heeft op die kosten, heeft hof kennelijk geoordeeld dat die kosten kunnen worden aangemerkt als redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid a.b.i. art. 6:96 lid 2 sub b BW. In dat oordeel ligt besloten dat hof deze kosten niet als proceskosten a.b.i. art. 6:96 lid 3 BW en art. 241 Rv heeft aangemerkt. Dit oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Ad 3. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 28 mei 2019, NJ 2019/379, m.nt. W.H. Vellinga over aanvangsdatum wettelijke rente. Hof heeft geoordeeld dat materiële schade, dus ook voor wat betreft ‘opvragen medische stukken’, wordt vermeerderd met wettelijke rente vanaf pleegdatum (23 september 2021) en daarmee dat wat betreft verschuldigdheid van wettelijke rente deze datum moet worden aangemerkt als datum waarop volledige materiële schade is ingetreden. ’s Hofs oordeel dat materiële schade ook voor wat betreft ‘opvragen medische stukken’ is ingetreden op deze datum is niet begrijpelijk, omdat uit bijlage bij verzoek tot schadevergoeding volgt dat b.p. een factuur van 16 december 2021 heeft ontvangen van advocaat voor betreffende kosten. HR doet zaak zelf af en bepaalt aanvangsdatum wettelijke rente t.a.v. schadepost van € 56,12 voor ‘opvragen medische stukken’ op 16 december 2021.
HR 22-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:629
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 april 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
22/04294
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:629, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:311, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑03‑2025
Essentie
Poging tot zware mishandeling, art. 45 en 302 lid 1 Sr. 1. Sanctietoemetingsbeslissing, oplegging contactverbod als vrijheidsbeperkende maatregel a.b.i. art. 38v Sr. Kon hof aan vrijheidsbeperkende maatregel de verplichting verbinden dat verdachte geen contact ‘zal hebben’ met slachtoffer, nu naleving daarvan niet onder alle omstandigheden afhankelijk is van gedrag van verdachte? 2. Vordering benadeelde partij. Kon hof kosten voor ‘opvragen medische stukken’ aanmerken als materiële schade i.p.v. proceskosten? 3. Vordering b.p. Aanvangsdatum wettelijke rente t.a.v. kosten voor ‘opvragen medische stukken’. Kon hof oordelen dat toegewezen bedrag moet worden vermeerderd met wettelijke rente vanaf ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.