Einde inhoudsopgave
RvdW 2023/864
Art. 81 lid 1 RO. Huwelijksvermogensrecht. Maritaal beslag. Kort geding tot opheffing. Echtscheidings- en verdelingsprocedure in Zwitserland. Gedeeltelijke opheffing.
HR 01-09-2023, ECLI:NL:HR:2023:1149
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
1 september 2023
- Magistraten
Mrs. C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide
- Zaaknummer
22/03214
- Conclusie
A-G mr. G. Snijders
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Beslag en executie
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1149, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 01‑09‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:532, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 26‑05‑2023
Essentie
Art. 81 lid 1 RO. Huwelijksvermogensrecht. Maritaal beslag. Kort geding tot opheffing. Echtscheidings- en verdelingsprocedure in Zwitserland. Gedeeltelijke opheffing.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/03214
Datum 1 september 2023
ARREST
In de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats], Zwitserland,
EISERES tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep,
hierna: [eiseres],
advocaten: M.E. ten Brinke en T.T. van Zanten,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats], Zwitserland,
VERWEERDER in cassatie, eiser in het incidentele cassatieberoep,
hierna: [verweerder],
advocaat: E.J.H. Zandbergen.
Partijen worden hierna aangeduid als [eiseres] respectievelijk [verweerder] .