Einde inhoudsopgave
RvdW 2023/856
Internationaal publiekrecht. Internationaal privaatrecht. Procesrecht. Functionele immuniteit jurisdictie voor overheidsfunctionarissen van vreemde staat ongeacht aard en ernst gedragingen?; internationaal gewoonterecht.
HR 25-08-2023, ECLI:NL:HR:2023:1132
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
25 augustus 2023
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
22/00753
- Conclusie
A-G mr. P. Vlas
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Internationaal publiekrecht / Algemeen
Internationaal publiekrecht / Diplomatiek en consulair recht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1132, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 25‑08‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:335, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 24‑03‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 03‑03‑2022
- Wetingang
Essentie
Internationaal publiekrecht. Internationaal privaatrecht. Procesrecht. Functionele immuniteit jurisdictie voor overheidsfunctionarissen van vreemde staat ongeacht aard en ernst gedragingen?; internationaal gewoonterecht.
Samenvatting
Bij de beantwoording van de vraag of het internationaal gewoonterecht een regel kent die inhoudt dat overheidsfunctionarissen voor handelingen die zij hebben verricht in de uitoefening van hun publieke functie, in een civiele zaak voor de rechter van een andere staat een beroep op immuniteit van jurisdictie toekomt, ongeacht de aard en de ernst van de hun verweten gedragingen, dient tot uitgangspunt dat een staat zelf immuniteit van jurisdictie geniet voor typische overheidshandelingen (zogeheten acta iure ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.