JOL 2003, 709
Prejudiciële vraag aan Hof van Justitie of de tweede volzin van art. 1 van Richtlijn 91/338/EEG (Cadmiumrichtlijn) in de weg staat aan toepassing van die richtlijn op speelgoed in de zin van Richtlijn 88/378/EEG (Speelgoedrichtlijn).
HR 23-12-2003, ECLI:NL:HR:2003:AL4343
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
23 december 2003
- Magistraten
W.J.M. Davids, A.J.A. van Dorst, B.C. de Savornin Lohman, W.A.M. van Schendel, J.W. Ilsink
- Zaaknummer
02584/02E
- Conclusie
A-G Vellinga
- LJN
AL4343
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2003:AL4343, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 23‑12‑2003
ECLI:NL:HR:2003:AL4343, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 23‑12‑2003
Essentie
Prejudiciële vraag aan Hof van Justitie of de tweede volzin van art. 1 van Richtlijn 91/338/EEG (Cadmiumrichtlijn) in de weg staat aan toepassing van die richtlijn op speelgoed in de zin van Richtlijn 88/378/EEG (Speelgoedrichtlijn).
Voorgaande uitspraak
Tussenarrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem, Economische Kamer, van 6 mei 2002, nummer 21/001696–00, in de strafzaak tegen [verdachte], gevestigd te [vestigingsplaats].
Hoge Raad:
1. De bestreden uitspraak
1.1
Het Hof heeft in hoger beroep — met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Zutphen van 3 juli 2000 — de verdachte ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.