Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) 2021/523 tot vaststelling van het InvestEU-programma en tot wijziging van Verordening (EU) 2015/1017
Artikel 35 Overgangs- en andere bepalingen
Geldend
Geldend vanaf 24-12-2025
- Bronpublicatie:
16-12-2025, PbEU L 2025, 2025/2005 (uitgifte: 23-12-2025, regelingnummer: 2025/2005)
- Inwerkingtreding
24-12-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
16-12-2025, PbEU L 2025, 2025/2005 (uitgifte: 23-12-2025, regelingnummer: 2025/2005)
- Vakgebied(en)
Corona (V)
EU-recht / Financiering
Ondernemingsrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
In afwijking van de eerste en de vierde alinea van artikel 212, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 kunnen alle ontvangsten, terugbetalingen en invorderingen van financieringsinstrumenten die bij in bijlage IV bij deze verordening genoemde programma's zijn ingesteld, worden gebruikt voor de voorziening van de EU-garantie uit hoofde van deze verordening of de uitvoering van de in de hoofdstukken VI en VII van deze verordening vastgestelde maatregelen, rekening houdend met de relevante bepalingen betreffende de begroting die zijn vastgelegd in Verordening (EU) 2021/1229 van het Europees Parlement en de Raad (1).
2.
In afwijking van artikel 216, lid 4, punt a), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 kunnen overschotten van voorzieningen voor de EU-garantie die bij Verordening (EU) 2015/1017 is ingesteld, worden gebruikt voor de voorziening van de EU-garantie uit hoofde van deze verordening of de uitvoering van de in de hoofdstukken VI en VII van deze verordening vastgestelde maatregelen, rekening houdend met de relevante bepalingen betreffende de begroting die zijn vastgelegd in Verordening (EU) 2021/1229.
In afwijking van artikel 214, lid 4, punt d), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 kunnen in 2027 ontvangen inkomsten uit de bij Verordening (EU) 2015/1017 ingestelde EU-garantie worden gebruikt voor de voorziening van de EU-garantie uit hoofde van deze verordening.
3.
Het bedrag van 6 074 000 000 EUR in lopende prijzen bedoeld in artikel 2, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2020/2094 wordt gebruikt:
- a)
voor de voorziening van de EU-garantie uit hoofde van deze verordening met een bedrag van 5 930 000 000 EUR in lopende prijzen, bovenop de in artikel 211, lid 4, eerste alinea, van het Financieel Reglement vermelde middelen;
- b)
voor de uitvoering van de maatregelen waarin de hoofdstukken VI en VII van deze verordening voorzien en de maatregelen bedoeld in de tweede zin van artikel 1, lid 3, van Verordening (EU) 2020/2094, onder voorbehoud van artikel 3, leden 4 en 8, van die verordening, met een bedrag van 142 500 000 EUR in lopende prijzen.
Dit bedrag vormt een externe bestemmingsontvangst overeenkomstig artikel 21, lid 5, van het Financieel Reglement.
4.
In afwijking van artikel 16, lid 1, tweede alinea, van deze verordening kunnen financierings- en investeringsverrichtingen die uitvoerende partners hebben ondertekend of zijn aangegaan in de periode van 1 januari 2021 tot de ondertekening van hun respectieve garantieovereenkomsten, door de EU-garantie worden gedekt, mits die verrichtingen in de garantieovereenkomst worden vermeld, zij bij de in artikel 23, lid 1, van deze verordening bedoelde beleidscontrole goed zijn bevonden of een gunstig advies krijgen in het kader van de procedure van artikel 19 van de statuten van de EIB, en in beide gevallen door het investeringscomité worden goedgekeurd overeenkomstig artikel 24 van deze verordening.
Voetnoten
Verordening (EU) 2021/1229 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juli 2021 betreffende de leenfaciliteit voor de publieke sector uit hoofde van het mechanisme voor een rechtvaardige transitie (PB L 274 van 30.7.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1229/oj).