De kredietwaardigheidstoets bij kredietverlening aan consumenten
Einde inhoudsopgave
De kredietwaardigheidstoets bij kredietverlening aan consumenten (R&P nr. FR19) 2020/5.2.5.1:5.2.5.1 Inleiding
De kredietwaardigheidstoets bij kredietverlening aan consumenten (R&P nr. FR19) 2020/5.2.5.1
5.2.5.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. dr. J.M. Meindertsma, datum 01-06-2020
- Datum
01-06-2020
- Auteur
Mr. dr. J.M. Meindertsma
- JCDI
JCDI:ADS210085:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De CONC bevat een verplichting tot het uitvoeren van een kredietwaardigheidstoets.1 In beginsel hebben kredietgevers de vrijheid om de kredietwaardigheidstoets te voorzien van een eigen invulling.2 De daaraan gestelde eisen worden echter strenger als er een grotere aanleiding is om te denken dat het gevraagde krediet een (te) grote impact zal hebben op de betaalcapaciteit van de consument. Hoe sterker die aanleiding, hoe gedetailleerder het onderzoek naar de betaalcapaciteit moet zijn.3 Hiermee heeft de FCA een middenweg proberen te vinden tussen het bieden van bescherming tegen overkreditering en het behouden van een goede toegang tot krediet.4 Een te strikt regelkader heeft volgens de FCA al snel een te negatieve impact op de prijs en beschikbaarheid van krediet, terwijl een te algemeen regelkader de consument niet altijd voldoende zal beschermen tegen overkreditering.5 Tegen deze achtergrond wordt hierna eerst ingegaan op de inhoud en reikwijdte van de relevante bepalingen uit de CONC. Na een korte uitleg over de wijze waarop de vereiste omvang en diepgang van de kredietwaardigheidstoets wordt bepaald, komen, tot slot, de drie stappen van de kredietwaardigheidstoets aan bod.