Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht
Einde inhoudsopgave
Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht (Meijers-reeks) 2017/1.8:1.8 Leeswijzer
Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht (Meijers-reeks) 2017/1.8
1.8 Leeswijzer
Documentgegevens:
mr. drs. Y.N. van den Brink, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. drs. Y.N. van den Brink
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit boek is opgebouwd uit vier delen. Deel I betreft de introductie op het onderzoek. Dit deel wordt gevormd door het voorliggende hoofdstuk waarin een inleiding tot het onderzoek is gegeven en de centrale onderzoeksvraag en onderzoeksmethoden uit de doeken zijn gedaan.
Deel II van dit boek heeft betrekking op het internationale en Europese kader van kinder- en mensenrechten inzake de voorlopige hechtenis van minderjarigen. In dit deel wordt allereerst in hoofdstuk 2 de reikwijdte, betekenis en implicaties van het kinder- en mensenrechtelijke verbod op onrechtmatige en willekeurige vrijheidsbeneming voor de voorlopige hechtenis van minderjarigen in kaart gebracht. Hierop voortbouwend, wordt in hoofdstuk 3 een besluitvormingsschema ontwikkeld, waarmee nationale rechters in hun eigen jurisdictie tot rechtmatige en niet-willekeurige (lees: kinder- en mensenrechtenconforme) voorlopige hechtenisbeslissingen kunnen komen ten aanzien van minderjarige verdachten. In deze samenhangende hoofdstukken wordt het normatieve kader geschetst voor de analyse van de Nederlandse wet en praktijk van voorlopige hechtenis van minderjarigen.
Deel III van dit boek richt zich op de voorlopige hechtenis van minderjarigen in Nederland. In hoofdstuk 4 worden de grondslagen van het Nederlandse jeugdstrafrecht uiteengezet, gevolgd door een beschrijving van de wettelijke regeling van de voorlopige hechtenis van minderjarigen. Voorts wordt in hoofdstuk 5 een overzicht gegeven van de reeds bestaande wetenschappelijke kennis over de toepassing van voorlopige hechtenis in de Nederlandse jeugdstrafrechtspraktijk. Mede gelet op de beperkte aanwezigheid van onderzoeken die zich richten op de besluitvorming over voorlopige hechtenis van minderjarigen in Nederland, wordt hierbij tevens aandacht besteed aan de beschikbare kennis over voorlopige hechtenisbeslissingen in Nederlandse commune strafzaken, alsook aan internationale kennis over deze beslissingen in andere jurisdicties. Hiermee wordt het onderhavige onderzoek ingebed in een breder wetenschappelijk kader van empirische kennis over voorlopige hechtenisbeslissingen in de rechtspraktijk. Daarna volgt in hoofdstuk 6 een uitvoerige beschrijving van, en reflectie op de uitvoering van het empirische onderzoek dat is verricht. Vervolgens wordt in hoofdstuk 7 op basis van de bevindingen uit het verrichte empirische onderzoek het besluitvormingsproces van de rechter-commissaris en raadkamer over de voorlopige hechtenis van minderjarigen beschreven en geanalyseerd. In hoofdstuk 8 wordt dit rechterlijke besluitvormingsproces, eveneens op basis van de bevindingen uit het empirische onderzoek, in de bredere context geplaatst van de werkprocessen en beslissingen van, en interacties met en tussen de overige betrokken professionele actoren. Het derde deel wordt afgesloten met hoofdstuk 9, waarin aan de hand van de in de eerdere hoofdstukken gepresenteerde bevindingen de uiteenlopende functies van voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht uiteen worden gezet.
Deel IV van dit boek betreft de synthese van het onderzoek, waarin het internationale en Europese kader van kinder- en mensenrechten, de Nederlandse wetgeving en de toepassingspraktijk samenkomen. In het concluderende hoofdstuk 10 wordt geëvalueerd in hoeverre de Nederlandse wettelijke regeling van de voorlopige hechtenis van minderjarigen, en de toepassing daarvan in de praktijk, in overeenstemming is met het kinder- en mensenrechtelijke beginsel dat minderjarigen moeten worden beschermd tegen onrechtmatige en willekeurige vrijheidsbeneming. Hierbij worden conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan voor de wetgever, beleidsmakers, rechters en andere professionele actoren die zijn betrokken in de voorlopige hechtenispraktijk in het Nederlandse jeugdstrafrecht.
Tot slot vraagt de omvang van het boek om een korte toelichting. Het zal de lezer niet zijn ontgaan dat dit boek een aanzienlijke omvang heeft. Dit is het resultaat van met name de uitvoerige beschrijving van de bevindingen uit het praktijkonderzoek in hoofdstukken 7 en 8. Uit het praktijkonderzoek is een grote hoeveelheid relevante bevindingen voortgekomen, waarmee de voorlopige hechtenispraktijk vanuit verschillende actoren wordt belicht. Er is bewust voor gekozen om de ruimte te nemen om deze bevindingen op een rijke en gedetailleerde wijze te presenteren om de lezer diepgaande inzichten te verschaffen in de Nederlandse voorlopige hechtenispraktijk van minderjarigen. De uitgebreide inhoudsopgave en de leeswijzer beogen bij te dragen aan de toegankelijkheid van de onderzoeksbevindingen.