NJ 2026/117
Beklag n.a.v. beslag ex artikel 94a Sv. Ontvankelijkheid klaagschrift op grond van artikel 552a, derde lid, Sv als de ontnemingszaak onherroepelijk is geworden, maar de onderliggende strafzaak nog niet.
HR 03-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:256
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 maart 2026
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, F. Posthumus, F. Damsteegt
- Zaaknummer
24/01587
- Conclusie
A-G mr. P.M. Frielink
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD52764:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Materieel strafrecht / Sancties
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:256, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1350, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑12‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 03‑07‑2024
- Wetingang
Art. 6:1:16, 6:4:4, 511i, 552a Sv; art. 704 Rv
Essentie
Beklag n.a.v. beslag ex artikel 94a Sv. Ontvankelijkheid klaagschrift op grond van artikel 552a, derde lid, Sv. Als op de ontnemingsvordering al onherroepelijk is beslist, terwijl de daaraan ten grondslag liggende veroordeling nog niet onherroepelijk is, zal de ontnemingszaak pas tot een einde komen in de zin van artikel 552a, derde lid, Sv op het moment dat (ook) de veroordeling in de strafzaak onherroepelijk wordt. Slagende klacht leidt niet tot cassatie, omdat het hof na terugwijzing alleen nog de niet-ontvankelijkheid van het klaagschrift kan uitspreken. De klager kan zich tot de civiele rechter ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.