RAV 2026/2
Aansprakelijkheidsverzekering. Is moment van aansprakelijkstelling van verzekerde bepalend voor aanvang verjaringstermijn van art. 7:942 lid 1 BW?
HR 14-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1686
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 november 2025
- Magistraten
Mrs. F.J.P. Lock, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/04193
- Conclusie
A-G mr. S.D. Lindenbergh
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD46478:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsomstandigheden en beroepsschade
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verzekeringsrecht / Schadeverzekering
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1686, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:951, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 05‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 15‑11‑2024
- Wetingang
Art. 7:942 lid 1 BW
Essentie
Aansprakelijkheidsverzekering. Aanvang verjaringstermijn.
Wanneer is sprake van bekendheid met een opeisbare vordering onder een aansprakelijkheidsverzekering? Wat is het aanvangsmoment van de verjaringstermijn?
Samenvatting
Op 4 november 2009 raakt een werkneemster van Rabobank betrokken bij een eenzijdig auto-ongeval tijdens het werk. Rabobank had destijds een aansprakelijkheidsverzekering bij Zurich. In december 2009 is Rabobank geïnformeerd dat de dekking van deze verzekering was uitgebreid met aansprakelijkheid op grond van art. 7:611 BW (goed werkgeverschap).
Bij brief van 24 september 2014 liet de werkneemster Rabobank weten ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.