Einde inhoudsopgave
De kredietwaardigheidstoets bij kredietverlening aan consumenten (R&P nr. FR19) 2020/5.2.6.3
5.2.6.3 Stap 1: onderzoek
Mr. dr. J.M. Meindertsma, datum 01-06-2020
- Datum
01-06-2020
- Auteur
Mr. dr. J.M. Meindertsma
- JCDI
JCDI:ADS210056:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zoals af te leiden uit art. 11.6.9 (2) G MCOB.
Art. 11.6.9 (3) G MCOB.
Art. 11.6.10 R MCOB.
Art. 11.6.10 (2) R MCOB. Het gaat hier om de uitgaven aan gas, water, licht, voedsel e.d.
Art. 11.6.10 (1) R en art. 11.6.11 (1) G MCOB.
Art. 11.6.10 (3) R MCOB.
Art. 11.6.11 (2) G MCOB.
Art. 11.6.12 (2) en (3) R MCOB.
Art. 11.6.8 (1) R MCOB. Hiermee is een eind gemaakt aan de verstrekking van hypothecaire kredieten waarbij er niet of nauwelijks werd geverifieerd; de zogenoemde fast-track mortgages en self-certified mortgages. Zie ook FSA 2011, p. 66 e.v. en art. 11.6.8 (2) R MCOB.
Art. 11.6.9 (5) G MCOB. Dit bewijs mag worden overhandigd door de consument zolang het document maar niet door hem is opgesteld.
Art. 11.6.9 (2) G MCOB.
Ibid.
Art. 11.6.13 (2) G MCOB.
Art. 11.6.12 (1) R MCOB.
Ibid.
De kredietgever moet het netto-inkomen en de vaste uitgaven van de consument in beeld brengen. Wat betreft het inkomen, mag de kredietgever alleen uitgaan van het bestendige deel daarvan.1 Als bijvoorbeeld sprake is van een tijdelijk dienstverband of een startende onderneming kan de bestendigheid van het inkomen worden aangetoond middels een geloofwaardige prognose over de verdiencapaciteit.2 Wat betreft de vaste uitgaven, kan er een onderscheid worden gemaakt tussen de onvermijdbare en moeilijk-vermijdbare uitgaven.3 De onvermijdbare uitgaven bestaan uit de minimale kosten van levensonderhoud4 en de financiële verplichtingen van de consument, zoals de financieringslasten en alimentatieplichten.5 De moeilijk-vermijdbare uitgaven hebben betrekking op de uitgaven die de consument een basic quality of living bieden.6 In dat laatste verband kan worden gedacht aan de uitgaven aan kleding, recreatieve uitstapjes en huishoudelijk apparatuur.7 Overigens hoeft de kredietgever niet precies te weten hoeveel een individuele consument maandelijks uitgeeft. Zo mag de kredietgever de minimale kosten van levensonderhoud en de moeilijk-vermijdbare uitgaven koppelen aan statistische gegevens die passen bij het huishouden van de betreffende consument.8
De MCOB bevat voorts twee soorten van verificatieplichten. Ten eerste geldt er een standaard-verificatieplicht voor het inkomen.9 Deze verificatie kan bijvoorbeeld plaatsvinden via loonstrookjes en bankafschriften.10 Het antwoord op de vraag of de kredietgever voldoende heeft geverifieerd, is sterk afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Hoe minder bestendig het inkomen lijkt, hoe meer hij moet doen om te bewijzen dat het inkomen bestendig is.11 Zo kan bijvoorbeeld het inkomen uit overwerk pas worden meegewogen als kan worden aangetoond dat de consument dat inkomen over een langere periode heeft ontvangen.12 Overigens wordt de kredietgever via een richtsnoer opgeroepen om ook de vaste uitgaven van de consument te verifiëren via bijvoorbeeld een CRA-check of bankafschriften.13 Ten tweede geldt er een aanvullende verificatieplicht als er een goede reden is om te twijfelen aan de juistheid van de relevante gegevens.14 Denk bijvoorbeeld aan tegenstrijdigheden tussen de ontvangen gegevens en aan eventuele signalen die erop wijzen dat de consument geen betrouwbaar bewijs heeft geleverd.15