RBP 2023/83
Internationaal privaatrecht en internationaal publiekrecht. Kent het internationale gewoonterecht een regel die inhoudt dat overheidsfunctionarissen voor handelingen die zij hebben verricht in de uitoefening van hun publieke functie, in een civiele zaak voor de rechter van een andere staat een beroep op immuniteit van jurisdictie toekomt, ongeacht de aard en de ernst van de hun verweten gedragingen?
HR 25-08-2023, ECLI:NL:HR:2023:1132
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
25 augustus 2023
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
22/00753
- Conclusie
A-G mr. P. Vlas
- JCDI
JCDI:ADS930860:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal publiekrecht / Rechtshandhaving
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Internationaal publiekrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1132, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 25‑08‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:335, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 24‑03‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 03‑03‑2022
- Wetingang
Art. 6 EVRM
Essentie
Volkenrecht. Internationaal gewoonterecht. Functionele immuniteit van jurisdictie.
Kent het internationale gewoonterecht een regel die inhoudt dat overheidsfunctionarissen voor handelingen die zij hebben verricht in de uitoefening van hun publieke functie, in een civiele zaak voor de rechter van een andere staat een beroep op immuniteit van jurisdictie toekomt, ongeacht de aard en de ernst van de hun verweten gedragingen?
Samenvatting
Als gevolg van een bombardement door de Israëlische luchtmacht is het huis van de familie van eiser verwoest en zijn zes familieleden om het leven gekomen, waaronder zijn moeder en drie broers. In dit geding vordert eiser van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.