RAV 2018/55
Misbruik van procesrecht. Komen de kosten voor rechtsbijstand voor vergoeding in aanmerking?
HR 16-03-2018, ECLI:NL:HR:2018:363
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 maart 2018
- Magistraten
Mrs. A.M.J. van Buchem-Spapens, M.V. Polak, M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek
- Zaaknummer
16/06040
- Conclusie
A-G mr. F.F. Langemeijer
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS929088:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:363, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑03‑2018
ECLI:NL:PHR:2017:1426, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 15‑12‑2017
- Wetingang
Essentie
Misbruik van procesrecht.
Komen de kosten voor rechtsbijstand voor vergoeding in aanmerking?
Samenvatting
Eiseres tot cassatie, Macon, en verweerder in cassatie investeerden (kort gezegd) in een bedrijf (iTech) dat geen commercieel succes is geworden. De aandelen die partijen kochten in dit bedrijf, waren nagenoeg waardeloos geworden. Macon is tegen verweerder een procedure gestart die zag op de afwikkeling van de investeringssamenwerking. Verweerder vorderde in de procedure in reconventie van Macon vergoeding van de volledige advocaatkosten (€ 176.867,51) op grond van misbruik van procesrecht. De advocatendeclaraties stonden echter niet op naam van verweerder, maar op naam van de vennootschap Arosa Investments ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.