NJB 2025/706
Bevel tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk niet ten uitvoer gelegde straf en aftrek van de reeds ondergane vrijheidsbeneming, art. 6:6:21 lid 7 Sv: bij de toepassing van art. 6:6:21 lid 7 jo 6:6:20 lid 1, aanhef en onder a, Sv moet ook de duur van de vrijheidsontneming vanaf het moment van de aanhouding als bedoeld in art. 6:3:15 leden 1 en 2 Sv worden meegerekend.
HR 25-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:451
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 maart 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, A.E.M. Röttgering
- Zaaknummer
25/00203 CW
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:451, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:184, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑02‑2025
- Wetingang
(art. 6:3:15, 6:6:1, 6:6:20, 6:6:21 Sv; art. 27 Sr)
Essentie
Bevel tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk niet ten uitvoer gelegde straf en aftrek van de reeds ondergane vrijheidsbeneming, art. 6:6:21 lid 7 Sv: bij de toepassing van art. 6:6:21 lid 7 jo 6:6:20 lid 1, aanhef en onder a, Sv moet ook de duur van de vrijheidsontneming vanaf het moment van de aanhouding als bedoeld in art. 6:3:15 leden 1 en 2 Sv worden meegerekend.
Uitspraak
Inleiding
Cassatie in het belang van de wet tegen een beslissing van de politierechter in de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 3 oktober 2024, nummer 02-287679-20, waarbij de politierechter heeft bevolen dat, kort gezegd, een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.