NJB 2025/2690:Een man scheidt in 2008 en overlijdt in 2016. In 2017 ontvangt zijn ex-echtgenote een uitkering uit levensverzekering als eerste begunstigde. In 2018 eist het notariskantoor de uitkering op om daaruit de schulden van de nalatenschap te kunnen voldoen. In 2021 betrekken de vereffenaars van de nalatenschap de ex-echtgenote in rechte. Hoge Raad: 1. Belang. Het middel faalt bij gebrek aan belang, omdat de beslissing van het hof zelfstandig wordt gedragen door een niet-bestreden oordeel. 2. Vervaltermijnen. Aanspraak in of buiten rechte. Noch de tekst noch de wetsgeschiedenis bevat enige aanwijzing voor de gedachte dat de hier aan de orde zijnde vervaltermijnen uit Boek 4 BW vergen dat binnen drie jaar een eis in rechte wordt ingesteld. Een in art. 4:128 BW opgenomen verwijzing berust op een misslag. 3. Peildatum. De beoordeling van de vraag of de uitkering als een gift geldt, moet geschieden met inachtneming van alle relevante feiten en omstandigheden, ook voor zover die zich hebben voorgedaan vóór het tijdstip waarop de begunstigde aanspraak heeft of kan maken op de prestatie.