Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/290
Beantwoording prejudiciële vraag nadat strafvorderlijke procedure is beëindigd indien gewenst in het belang van rechtsontwikkeling of rechtseenheid.
HR 11-02-2025, ECLI:NL:HR:2025:204
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 februari 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, A.E.M. Röttgering, M. Kuijer, T.B. Trotman
- Zaaknummer
24/03852 PJV
- Conclusie
P-G mr. F.W. Bleichrodt
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:204, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑02‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1225, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑11‑2024
- Wetingang
Essentie
Beantwoording prejudiciële vraag nadat de strafvorderlijke procedure reeds is beëindigd indien dat gewenst is in het belang van de rechtsontwikkeling of de rechtseenheid. Verhouding tot cassatie in het belang van de wet.
Samenvatting
Als uitgangspunt geldt dat de Hoge Raad alleen kan overgaan tot beantwoording van een prejudiciële vraag als op het moment dat de rechter die vraag stelt, het antwoord van de Hoge Raad van belang is voor de door de rechter — na die beantwoording door de Hoge Raad — te nemen beslissing over de kwestie waarop de gestelde prejudiciële vraag betrekking heeft. Onder bijzondere omstandigheden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.