Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/12.6.1
12.6.1 Outbound en inbound zetelverplaatsing
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS388287:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 16 december 2008, C-210/06, RO 2009/15, r.o. 112-113 (Cartesio). Overigens ging het in Cartesio over een Hongaarse vennootschap (Hongarije hanteerde de leer van de werkelijke zetel en vereiste daarnaast dat de statutaire zetel zich bevond waar de werkelijke zetel zich bevond) die haar werkelijke zetel wilde verplaatsen naar Italië, maar wel vennootschap naar Hongaars recht wilde blijven. Dit hoefde Hongarije volgens het Hof niet toe te laten.
Vgl. de noot van G. –J. Vossestein, punt 4, bij de Cartesio-uitspraak in JOR 2009/35.
HvJ EU 12 juli 2012, C-378/10, RO 2012/60 (VALE Építési).
HvJ EU 12 juli 2012, C-378/10, RO 2012/60, r.o. 29 en 32 (VALE Építési).
Bijv.: Teichmann 2011, p. 687 die n.a.v. Cartesio stelde dat de mogelijkheid tot grensoverschrijdende omzetting niet rechtstreeks voortvloeit uit de vrijheid van vestiging, maar het gevolg is van reeds bestaande binnenlandse omzettingsmogelijkheden.
HvJ EG 21 juni 1974, C-2/74, Jur. 1974, p. 631 (Reyners/België); HvJ EG 27 september 1988, C-81/87, Jur. 1988, p. 5505-5514, r.o. 15 (Daily Mail and General Trust PLC). Zo ook bijv. Schön 2013, p. 344.
Schön 2013, p. 346.
Bijv: Teichmann 2009.
In het Cartesio-arrest worden verder onder andere feitelijke omzetting/tatsächliche Umwandlung/ actual conversion, verplaatsing en Umwandlung/converting/tranformer genoemd. Volgens Thiermann 2012 zou hier bedoeld zijn de Duitse Formwechsel, wat vergelijkbaar is met de Nederlandse omzetting in de zin van art. 2:18 BW. In het Vale-arrest was sprake van een omzetting in een vergelijkbare rechtsvorm. Er wordt dan ook wel gesproken van verhuizing, grensoverschrijdende zetelverplaatsing (Schön 2013) of grensoverschrijdende voortzetting (Leible & Hoffmann 2009; Vlas 2009, p. 214; Schön 2013, p. 345).
Van Veen 2013-II.
Van Veen 2013-II.
Van Veen 2013-II.
Het HvJ EG oordeelde in 2008 in het Cartesio-arrest1 dat de lidstaat van emigratie niet de ontbinding en liquidatie van een nationale vennootschap mag eisen als:
deze vennootschap door zetelverplaatsing haar aanknopingspunt (dus statutaire zetel en eventueel ook werkelijke zetel2 ) met de lidstaat van oorsprong verliest en
deze vennootschap een vennootschap naar het recht van de lidstaat van vestiging wil worden en
de lidstaat van vestiging een dergelijke omzetting toestaat.
In 2012 bepaalde het HvJ EU in het Vale-arrest3 over de zogenoemde inbound omzetting dat een lidstaat van vestiging de omzetting van een vennootschap opgericht naar het recht van een andere lidstaat in een eigen nationale vennootschap niet mag verhinderen als:
de vennootschap naar het recht van die andere lidstaat voldoet aan de aanknopingsvoorwaarden met de lidstaat van vestiging én
de vennootschap voldoet aan de overige nationale voorwaarden voor de oprichting van een vennootschap naar het recht van de lidstaat van vestiging.4
Wie het Cartesio-arrest nog opvatte als dat een lidstaat de immigratie van een vennootschap mocht beletten als zijn nationale recht geen regeling voor grensoverschrijdende statutaire zetelverplaatsing of grensoverschrijdende omzetting voor eigen vennootschappen kende,5 moest daar na het Vale-arrest op terug komen.
Een grensoverschrijdende zetelverplaatsing met wisseling van recht is volgens beide arresten mogelijk als:
de vennootschap haar aanknopingspunten met de lidstaat van oorsprong verliest,
de vennootschap aan de aanknopingsvoorwaarden met de lidstaat van vestiging voldoet en
de vennootschap voldoet aan de overige nationale voorwaarden voor de oprichting van een vennootschap naar het recht van de lidstaat van vestiging.
De vragen die ten aanzien van de VOF rijzen, zijn:
heeft een buitenlands equivalent van de VOF het recht zich grensoverschrijdend in een VOF om te zetten als zij voldoet aan de eisen die het Nederlandse recht aan de oprichting van een VOF stelt en vice versa (hierna: rechtsvormcongruente omzetting);
heeft de VOF het recht zich grensoverschrijdend in een niet-equivalente rechtsvorm om te zetten als zij voldoet aan de oprichtingseisen van die vennootschap en vice versa (hierna: rechtsvormincongruente omzetting)?
Vooropgesteld moet worden dat de verdragsbepalingen die de vrijheid van vestiging waarborgen rechtstreekse werking hebben; een onderdaan ontleent dus aan het VWEU het recht zich elders te vestigen.6 Grensoverschrijdende verplaatsing met wisseling van recht kan van centraal belang zijn voor de toetreding tot een buitenlandse markt, wat nu net is wat de grondvrijheden beogen te waarborgen.7 Ten tweede is van belang dat de in EU-wetgeving en -rechtspraak gebruikte termen autonoom moeten worden uitgelegd.8 In zowel het Cartesio-arrest als het Vale-arrest wordt de term ‘omzetting’ gebruikt, maar deze term kan een andere betekenis hebben dan de term omzetting in art. 2:18 BW.9 Volgens Van Veen omvat het begrip omzetting in Unierechtelijke zin al die verrichtingen die ertoe leiden dat een vennootschap de rechtsopvolger is van een of meer andere vennootschappen.10 Ook het Unierechtelijke begrip ‘oprichting’ omvat meer dan alleen de oprichting ab initio; ook inbound omgezette vennootschappen hebben te gelden als na omzetting te zijn opgericht naar het recht van de lidstaat van vestiging.11 Een incorporatieland kan dan ook op grond van het Vale-arrest niet een inbound omzetting weigeren met als argument dat een aanknopingspunt met die lidstaat ontbreekt vanwege het feit dat de vennootschap niet ab initio is opgericht naar het recht van de lidstaat van vestiging. Ook kan een incorporatieland een outbound omzetting niet weigeren met als argument dat het aanknopingspunt niet is verbroken (want eenmaal opgericht naar een bepaald recht blijft opgericht naar dat recht).12