Einde inhoudsopgave
Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (herschikking)
Artikel 238 Trustfondsen van de Unie voor extern optreden
Geldend
Geldend vanaf 29-09-2024
- Bronpublicatie:
23-09-2024, PbEU L 2024, 2024/2509 (uitgifte: 26-09-2024, regelingnummer: 2024/2509)
- Inwerkingtreding
29-09-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-09-2024, PbEU L 2024, 2024/2509 (uitgifte: 26-09-2024, regelingnummer: 2024/2509)
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
EU-recht / Financiering
1.
Voor acties in en na noodsituaties die nodig zijn om te reageren op een crisis, of voor thematische acties, kan de Commissie trustfondsen van de Unie voor extern optreden (trustfondsen van de Unie) oprichten in het kader van een met andere donoren gesloten overeenkomst.
Trustfondsen van de Unie worden uitsluitend opgericht wanneer overeenkomsten met andere donoren voor bijdragen uit andere bronnen dan de begroting hebben gezorgd.
De Commissie raadpleegt het Europees Parlement en de Raad over haar voornemen om een trustfonds van de Unie ten behoeve van acties in en na noodsituaties op te richten.
Voor de oprichting van een trustfonds van de Unie voor thematische acties is goedkeuring door het Europees Parlement en door de Raad vereist.
Voor de toepassing van de derde en vierde alinea van dit lid stelt de Commissie het ontwerpbesluit betreffende de oprichting van een trustfonds van de Unie ter beschikking van het Europees Parlement en de Raad. Een dergelijk ontwerpbesluit omvat een beschrijving van de doelstellingen van het trustfonds van de Unie, de redenen voor de oprichting ervan overeenkomstig lid 3, een indicatieve duur en de voorlopige overeenkomsten met andere donoren. De ontwerpbesluiten omvatten tevens een ontwerp van oprichtingsovereenkomst die moet worden gesloten met andere donoren.
2.
De Commissie legt de ontwerpbesluiten betreffende de financiering van een trustfonds van de Unie voor aan het bevoegde comité indien daarin is voorzien in de basishandeling op grond waarvan de bijdrage van de Unie aan het trustfonds van de Unie wordt verstrekt. Het bevoegde comité wordt niet verzocht zich uit te spreken over de aspecten die reeds ter raadpleging of ter goedkeuring aan het Europees Parlement en de Raad zijn voorgelegd uit hoofde van respectievelijk de derde, vierde en vijfde alinea van lid 1.
3.
Trustfondsen van de Unie worden alleen opgericht en uitgevoerd onder de volgende voorwaarden:
- a)
er is toegevoegde waarde voor het optreden van de Unie: de doelstellingen van trustfondsen van de Unie, met name vanwege de omvang of de mogelijke gevolgen, kunnen beter op het niveau van de Unie dan op nationaal niveau worden bereikt en het gebruik van de bestaande financieringsinstrumenten zou niet voldoende zijn om de beleidsdoelstellingen van de Unie te verwezenlijken;
- b)
trustfondsen van de Unie leveren duidelijke politieke zichtbaarheid van de Unie en voordelen met betrekking tot het beheer op, evenals betere controle door de Unie op de risico's en het gebruik van de bijdragen van de Unie en andere donoren;
- c)
trustfondsen van de Unie vormen geen doublure van andere financieringskanalen of vergelijkbare instrumenten, zonder enige additionaliteit op te leveren;
- d)
de doelstellingen van trustfondsen van de Unie zijn afgestemd op de doelstellingen van het instrument van de Unie of de begrotingspost waaruit zij gefinancierd worden.
4.
Bij elk trustfonds van de Unie wordt een door de Commissie voorgezeten raad van bestuur opgericht om de donoren billijk te vertegenwoordigen en te beslissen hoe de middelen worden gebruikt. In de raad van bestuur is elke niet-bijdragende lidstaat vertegenwoordigd als waarnemer. De regels voor de samenstelling van de raad van bestuur en zijn reglement van orde worden vastgesteld in de oprichtingsovereenkomst van het trustfonds van de Unie. Die regels schrijven onder meer voor dat voor de uiteindelijke aanname van het besluit over het gebruik van de middelen van het fonds de goedkeurende stem van de Commissie vereist is.
5.
Trustfondsen van de Unie worden opgericht voor een bepaalde duur als bepaald in de oprichtingsovereenkomst ervan. Die duur kan bij besluit van de Commissie volgens de procedure van lid 1 worden verlengd op verzoek van de raad van bestuur van het betrokken trustfonds van de Unie en na voorlegging door de Commissie van een verslag ter verantwoording van de verlenging, waarin met name wordt bevestigd dat aan de voorwaarden van lid 3 is voldaan.
Het Europees Parlement en/of de Raad kan/kunnen de Commissie verzoeken de kredieten voor het trustfonds van de Unie stop te zetten of de oprichtingsovereenkomst te herzien om het trustfonds van de Unie zo nodig te liquideren, met name op basis van de informatie die wordt verstrekt in het in artikel 41, lid 6, bedoelde werkdocument. In dat geval worden de resterende middelen pro rata in de begroting als algemene inkomsten en aan de bijdragende lidstaten en andere donoren teruggestort.