Einde inhoudsopgave
Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (herschikking)
Artikel 41 Ontwerpbegroting
Geldend
Geldend vanaf 29-09-2024
- Bronpublicatie:
23-09-2024, PbEU L 2024, 2024/2509 (uitgifte: 26-09-2024, regelingnummer: 2024/2509)
- Inwerkingtreding
29-09-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-09-2024, PbEU L 2024, 2024/2509 (uitgifte: 26-09-2024, regelingnummer: 2024/2509)
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
EU-recht / Financiering
1.
De Commissie dient uiterlijk op 1 september van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de begroting moet worden uitgevoerd, bij het Europees Parlement en de Raad een voorstel in dat de ontwerpbegroting bevat. Zij zendt dit voorstel ter informatie aan de nationale parlementen toe.
De ontwerpbegroting bevat een algemene, samenvattende staat van de ontvangsten en uitgaven van de Unie en de in artikel 39 bedoelde ramingen. De ontwerpbegroting kan tevens ramingen bevatten die afwijken van de door de instellingen van de Unie opgestelde ramingen.
De ontwerpbegroting wordt gestructureerd en ingericht zoals in de artikelen 47 tot en met 52 is uiteengezet.
Elke afdeling van de ontwerpbegroting wordt voorafgegaan door een inleiding van de betrokken instelling van de Unie zelf.
De Commissie stelt de algemene inleiding tot de ontwerpbegroting op. De algemene inleiding bestaat uit tabellen met de belangrijkste financiële gegevens per titel en toelichtingen bij de variaties in de kredieten van het ene begrotingsjaar tot het andere, per uitgavencategorie van het meerjarig financieel kader.
2.
Teneinde nauwkeurigere en betrouwbaardere ramingen te kunnen verstrekken over de gevolgen voor de begroting van geldende wetgeving en wetgevingsvoorstellen die in behandeling zijn, voegt de Commissie bij de ontwerpbegroting een indicatieve financiële programmering voor de volgende jaren, ingedeeld naar uitgavencategorie, beleidsterrein en begrotingsonderdeel. De volledige financiële programmering heeft betrekking op de uitgavencategorieën die onder punt 26 van het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 vallen. Samenvattende gegevens worden verstrekt voor de uitgavencategorieën die niet onder punt 26 van dat Interinstitutioneel Akkoord vallen.
De indicatieve financiële programmering wordt na de vaststelling van de begroting op basis van de resultaten van de begrotingsprocedure en eventuele andere relevante besluiten bijgewerkt.
3.
Bij de ontwerpbegroting voegt de Commissie:
- a)
een vergelijkende tabel met de ontwerpbegroting voor de andere instellingen van de Unie en de oorspronkelijke aan de Commissie toegezonden ramingen van de andere instellingen van de Unie en, in voorkomend geval, met de redenen waarom de ontwerpbegroting ramingen bevat die afwijken van door andere instellingen van de Unie opgestelde ramingen;
- b)
elk nuttig geacht werkdocument over de personeelsformaties van de instellingen van de Unie, dat de laatste goedgekeurde personeelsformatie bevat en een overzicht geeft van:
- i)
al het personeel dat bij de Unie in dienst is, per soort arbeidsovereenkomst;
- ii)
een toelichting op het beleid inzake vast en extern personeel en genderevenwicht;
- iii)
het aantal posten dat is vervuld op de laatste dag van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de ontwerpbegroting wordt gepresenteerd, en het jaarlijkse gemiddelde van voltijdsequivalenten dat daadwerkelijk in dienst is voor dat voorgaande jaar, waarbij de verdeling per rang, per geslacht en per administratieve eenheid wordt aangegeven;
- iv)
een uitsplitsing van het personeel naar beleidsterrein;
- v)
voor elke categorie van extern personeel, het oorspronkelijk geraamde aantal voltijdsequivalenten op basis van de toegestane kredieten, alsmede het aantal personen dat aan het begin van het jaar waarin de ontwerpbegroting wordt gepresenteerd, daadwerkelijk in dienst is, waarbij de uitsplitsing per functiegroep wordt weergeven en waar passend per rang;
- c)
voor de in de artikelen 70 en 71 bedoelde organen van de Unie, een werkdocument met een overzicht van de ontvangsten en uitgaven, alsmede alle informatie over het in deze alinea, punt b), bedoelde personeel;
- d)
een werkdocument over de geplande besteding van kredieten voor het begrotingsjaar en informatie over de besteding van de bestemmingsontvangsten in het voorgaande jaar, met inbegrip van informatie over de naar het begrotingsjaar overgedragen bedragen en over nog betaalbaar te stellen vastleggingen;
- e)
met betrekking tot kredieten voor administratie, een werkdocument met de administratieve uitgaven die door de Commissie moeten worden verricht in het kader van haar afdeling van de begroting en een werkdocument over het onroerendgoedbeleid van de Commissie zoals bedoeld in artikel 272, lid 1;
- f)
een werkdocument over proefprojecten en voorbereidende acties dat eveneens een beoordeling van de resultaten en de geplande follow-up bevat;
- g)
met betrekking tot de financiering van internationale organisaties, een werkdocument met daarin:
- i)
een overzicht van al deze bijdragen, gerangschikt per Unieprogramma of -fonds en per internationale organisatie;
- ii)
een uiteenzetting van de reden waarom het voor de Unie efficiënter is deze internationale organisaties te financieren in plaats van rechtstreeks zelf op te treden;
- h)
programmaverklaringen of andere toepasselijke documenten met de volgende toelichting:
- i)
een vermelding van het beleid en de doelstellingen van de Unie waartoe het programma dient bij te dragen;
- ii)
een duidelijke rechtvaardiging van maatregelen op het niveau van de Unie overeenkomstig onder meer het subsidiariteitsbeginsel;
- iii)
voortgang bij de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma, zoals bedoeld in artikel 33;
- iv)
een volledige motivering, met inbegrip van een kosten-batenanalyse van voorgestelde wijzigingen in het niveau van de kredieten;
- v)
informatie over de uitvoeringsgraad van het programma in het lopende en het voorgaande begrotingsjaar;
- i)
een samenvattend overzicht van de tijdschema's voor de betalingen met een samenvatting per programma en per rubriek van de in latere begrotingsjaren te verrichten betalingen uit hoofde van in de ontwerpbegroting voorgestelde vastleggingen in de begroting voor voorgaande begrotingsjaren.
Indien publiek-private partnerschappen gebruikmaken van financieringsinstrumenten, wordt de informatie met betrekking tot deze instrumenten opgenomen in het in lid 4 bedoelde werkdocument.
4.
Indien de Commissie gebruikmaakt van financieringsinstrumenten, voegt zij bij de ontwerpbegroting een werkdocument met voor elk financieringsinstrument een overzicht van het volgende:
- a)
een verwijzing naar het financieringsinstrument en de basishandeling ervan, samen met een algemene beschrijving van het instrument, de gevolgen ervan voor de begroting, de looptijd ervan en de meerwaarde van de bijdrage van de Unie;
- b)
de financiële instellingen die zijn betrokken bij de uitvoering, met inbegrip van eventuele kwesties in verband met de toepassing van artikel 158, lid 2;
- c)
de bijdrage van het financieringsinstrument aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het desbetreffende programma zoals gemeten op basis van de vastgestelde indicatoren, met inbegrip van, in voorkomend geval, de geografische diversificatie;
- d)
de voorgenomen verrichtingen, met inbegrip van doelvolumes gebaseerd op het beoogde hefboomeffect en het privékapitaal dat naar verwachting zal worden aangetrokken, of indien niet beschikbaar, op het hefboomeffect dat voortvloeit uit de bestaande financieringsinstrumenten;
- e)
de met de betrokken verrichtingen overeenkomende begrotingsonderdelen en de samengevoegde vastleggingen in de begroting en betalingen uit de begroting;
- f)
de gemiddelde periode tussen de vastlegging in de begroting voor de financieringsinstrumenten en de juridische verbintenissen voor individuele projecten in de vorm van eigen vermogen of schuld, indien de duur daarvan langer is dan drie jaar;
- g)
ontvangsten en terugbetalingen overeenkomstig artikel 212, lid 3, apart vermeld, met inbegrip van een beoordeling van het gebruik ervan;
- h)
de waarde van investeringen in eigen vermogen, met betrekking tot voorgaande jaren;
- i)
het totaal aan voorzieningen voor risico's en aansprakelijkheden, alsmede enige informatie over de blootstelling van de Unie aan financieel risico, met inbegrip van eventuele voorwaardelijke verplichtingen;
- j)
de gerealiseerde verliezen op activa en beroepen op garanties, zowel voor het voorgaande jaar als de respectievelijke geaccumuleerde cijfers;
- k)
de prestaties van het financieringsinstrument, met inbegrip van de verwezenlijkte investeringen, de beoogde en verwezenlijkte hefboom- en multiplicatoreffecten, alsmede het volume aangetrokken privékapitaal;
- l)
de in het gemeenschappelijk voorzieningsfonds voorziene middelen en, in voorkomend geval, het saldo op de trustrekening.
Het in de eerste alinea bedoelde werkdocument bevat eveneens een overzicht van de administratieve uitgaven in verband met de beheerskosten en andere financiële en huishoudelijke lasten betaald voor het beheer van financieringsinstrumenten in totaal en per beherende partij en per beheerd financieringsinstrument.
De Commissie zet de redenen uiteen voor de in de eerste alinea, punt f), bedoelde periode en formuleert indien nodig een actieplan voor de verkorting van de periode in het kader van de jaarlijkse kwijtingsprocedure.
In het in de eerste alinea bedoelde werkdocument wordt de informatie per financieringsinstrument samengevat in een duidelijke en beknopte tabel.
5.
Indien de Unie een begrotingsgarantie heeft verstrekt, voegt de Commissie bij de ontwerpbegroting een werkdocument met voor elke begrotingsgarantie en voor het gemeenschappelijk voorzieningsfonds:
- a)
een verwijzing naar de begrotingsgarantie en de basishandeling ervan, samen met een algemene beschrijving van de begrotingsgarantie en de gevolgen ervan voor de financiële verplichtingen van de begroting, de looptijd ervan en de meerwaarde van de steun van de Unie;
- b)
de tegenpartijen voor de begrotingsgarantie, met inbegrip van eventuele kwesties die verband houden met de toepassing van artikel 158, lid 2;
- c)
de bijdrage van de begrotingsgarantie tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de begrotingsgarantie zoals gemeten op basis van de vastgestelde indicatoren, met inbegrip van, in voorkomend geval, de geografische diversificatie en het aantrekken van middelen uit de particuliere sector;
- d)
informatie over onder de begrotingsgarantie vallende verrichtingen op geaggregeerde basis naar sectoren, landen en instrumenten, in voorkomend geval met inbegrip van portefeuilles en steun in combinatie met andere acties van de Unie;
- e)
het bedrag dat aan de ontvangers is overgemaakt en een beoordeling van het hefboomeffect van de uit hoofde van de begrotingsgarantie ondersteunde projecten;
- f)
op dezelfde basis als de in punt d) bedoelde geaggregeerde informatie over het beroep op de begrotingsgarantie, verliezen, rendement, invorderingen en andere ontvangen betalingen;
- g)
het bedrag van de voorziening voor verplichtingen die voortvloeien uit elke begrotingsgarantie en een beoordeling van de toereikendheid van het desbetreffende voorzieningspercentage en van de noodzaak tot aanvulling ervan;
- h)
het effectieve voorzieningspercentage van het gemeenschappelijk voorzieningsfonds en, in voorkomend geval, de daaropvolgende verrichtingen overeenkomstig artikel 216, lid 4.
6.
Indien de Commissie gebruikmaakt van trustfondsen van de Unie voor extern optreden, voegt zij bij de ontwerpbegroting een gedetailleerd werkdocument over de door die trustfondsen ondersteunde activiteiten, onder meer over:
- a)
de uitvoering ervan, met onder meer informatie over de monitoringsregelingen met de entiteiten die trustfondsen uitvoeren;
- b)
de beheerskosten ervan;
- c)
de bijdragen van andere donoren dan de Unie;
- d)
een voorlopige beoordeling van de prestaties ervan op basis van de in artikel 238, lid 3, vastgelegde voorwaarden;
- e)
een beschrijving van de wijze waarop hun activiteiten hebben bijgedragen tot de doelstellingen die zijn neergelegd in de basishandeling van het instrument waaruit de bijdrage van de Unie aan het trustfonds is verstrekt.
7.
De Commissie voegt bij de ontwerpbegroting een lijst van haar besluiten waarbij boeten op het gebied van het mededingingsrecht worden opgelegd, met vermelding van het bedrag van elke opgelegde boete, vergezeld van informatie over de vraag of die boeten definitief zijn geworden of dat ze het voorwerp zijn van beroep, of dat nog kunnen worden, bij het Hof van Justitie van de Europese Unie, alsmede, waar mogelijk, informatie over wanneer elke boete naar verwachting definitief zal worden. De Commissie voegt bij de ontwerpbegroting ook een lijst van haar besluiten en de bedragen die overeenkomstig artikel 48, lid 2, punt b), als negatieve ontvangsten in de begroting zijn opgenomen of kunnen worden opgenomen.
8.
Bij de ontwerpbegroting voegt de Commissie tevens alle andere werkdocumenten die zij dienstig acht voor het Europees Parlement en voor de Raad ter beoordeling van de begrotingsverzoeken.
9.
Overeenkomstig artikel 8, lid 5, van Besluit 2010/427/EU van de Raad (1), zendt de Commissie het Europees Parlement en de Raad samen met de ontwerpbegroting een werkdocument toe met een volledig overzicht van:
- a)
alle uit de begroting gefinancierde administratieve en beleidsuitgaven in verband met het extern optreden van de Unie, met inbegrip van de taken op het gebied van het GBVB en het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid;
- b)
alle administratieve uitgaven van de EDEO in het voorgaande jaar, uitgesplitst in uitgaven per delegatie van de Unie en uitgaven van het hoofdkantoor van de EDEO; samen met beleidsuitgaven, uitgesplitst naar geografisch gebied (regio's, landen), thematisch gebied, delegaties van de Unie en missies.
10.
Het in lid 9 bedoelde werkdocument bevat ook de volgende gegevens:
- a)
het aantal ambten in elke categorie en rang, en het aantal vaste en tijdelijke ambten, met inbegrip van arbeidscontractanten en plaatselijke functionarissen waarvoor de uitgaven zijn toegestaan binnen de grenzen van de kredieten in elke delegatie van de Unie, alsmede in het hoofdkantoor van de EDEO;
- b)
mutaties, vergeleken met het voorgaande begrotingsjaar, in het aantal ambten per categorie en rang, in het hoofdkantoor van de EDEO en in alle delegaties van de Unie;
- c)
het aantal voor het begrotingsjaar toegestane ambten en, voor het voorgaande begrotingsjaar, alsmede het aantal ambten dat wordt bezet door gedetacheerde diplomaten uit de lidstaten en door ambtenaren van de Unie;
- d)
al het personeel in de delegaties van de Unie op het moment van indiening van de ontwerpbegroting, uitgesplitst naar geografisch gebied, geslacht, afzonderlijk land en missie, met opgave van het aantal ambten in de personeelsformatie, arbeidscontractanten, lokale functionarissen en gedetacheerde nationale deskundigen, alsmede de in de ontwerpbegroting gevraagde kredieten voor dergelijke soorten personeel met de bijbehorende ramingen van het aantal voltijdsequivalenten op basis van de gevraagde kredieten.
Voetnoten
Besluit 2010/427/EU van de Raad van 26 juli 2010 tot vaststelling van de organisatie en werking van de Europese Dienst voor extern optreden (PB L 201 van 3.8.2010, blz. 30).