Einde inhoudsopgave
Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (herschikking)
Artikel 218 Regels en uitvoering
Geldend
Geldend vanaf 29-09-2024
- Bronpublicatie:
23-09-2024, PbEU L 2024, 2024/2509 (uitgifte: 26-09-2024, regelingnummer: 2024/2509)
- Inwerkingtreding
29-09-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-09-2024, PbEU L 2024, 2024/2509 (uitgifte: 26-09-2024, regelingnummer: 2024/2509)
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
EU-recht / Financiering
1.
Niettegenstaande artikel 211, lid 1, mogen financieringsinstrumenten, in naar behoren gemotiveerde gevallen, worden vastgesteld zonder toestemming daarvoor door middel van een basishandeling, op voorwaarde dat dergelijke instrumenten worden opgenomen in de ontwerpbegroting overeenkomstig artikel 41, lid 4, eerste alinea, punt e).
2.
De Commissie zorgt voor een geharmoniseerd en vereenvoudigd beheer van financieringsinstrumenten, met name op het gebied van boekhouding, verslaglegging, monitoring en financieel risicobeheer.
3.
Wanneer de Unie aan een financieringsinstrument deelneemt als minderheidsaandeelhouder, zorgt de Commissie ervoor dat deze titel wordt nageleefd volgens het evenredigheidsbeginsel, op basis van de omvang en de waarde van de deelname van de Unie in het instrument. Ongeacht de omvang en de waarde van de deelname van de Unie in het instrument zorgt de Commissie echter voor de naleving van de artikelen 129 en 158, artikel 212, leden 2 en 4, en artikel 41, lid 4, en, voor zover het de uitsluitingssituaties zoals bedoeld in artikel 138, lid 1, punt d), betreft, van titel V, hoofdstuk 2, afdeling 2.
4.
Wanneer het Europees Parlement of de Raad van mening is dat een financieringsinstrument zijn doelstellingen niet doeltreffend heeft verwezenlijkt, kunnen zij de Commissie vragen een voorstel voor een herziene basishandeling in te dienen om het instrument te liquideren. In geval van liquidatie van het financieringsinstrument worden alle nieuwe bedragen die aan dat instrument overeenkomstig artikel 212, lid 3, worden terugbetaald, als algemene ontvangsten beschouwd en in de begroting teruggestort.
5.
Het doel van de financieringsinstrumenten of een groepering van financieringsinstrumenten op het niveau van een faciliteit en, in voorkomend geval, de specifieke rechtsvorm en de plaats van registratie ervan worden gepubliceerd op de website van de Commissie.
6.
Entiteiten die zijn belast met de uitvoering van financieringsinstrumenten mogen namens de Unie trustrekeningen in de zin van artikel 85, lid 3, openen. Zij zenden de desbetreffende rekeningstaten toe aan de bevoegde dienst van de Commissie. Betalingen aan trustrekeningen worden door de Commissie gedaan op basis van betalingsverzoeken die vergezeld gaan van een betalingsraming, rekening houdend met het beschikbare saldo op de trustrekeningen en de noodzaak om buitensporige saldi op dergelijke rekeningen te voorkomen.