Einde inhoudsopgave
Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (herschikking)
Artikel 33 Prestaties en beginselen van zuinigheid, efficiëntie en doeltreffendheid
Geldend
Geldend vanaf 29-09-2024
- Bronpublicatie:
23-09-2024, PbEU L 2024, 2024/2509 (uitgifte: 26-09-2024, regelingnummer: 2024/2509)
- Inwerkingtreding
29-09-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-09-2024, PbEU L 2024, 2024/2509 (uitgifte: 26-09-2024, regelingnummer: 2024/2509)
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
EU-recht / Financiering
1.
Kredieten worden gebruikt overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer en worden bijgevolg besteed met inachtneming van de volgende beginselen:
- a)
zuinigheid: de door de betrokken instelling van de Unie voor haar activiteiten ingezette middelen worden tijdig, in passende hoeveelheid en kwaliteit en tegen de best mogelijke prijs beschikbaar gesteld;
- b)
efficiëntie: de beste verhouding tussen de ingezette middelen, de uitgevoerde activiteiten en de verkregen resultaten;
- c)
doeltreffendheid: de mate waarin de nagestreefde doelstellingen door de activiteiten worden verwezenlijkt.
2.
In overeenstemming met het beginsel van goed financieel beheer staan bij de besteding van kredieten prestaties centraal en daartoe:
- a)
worden doelstellingen van programma's en activiteiten vooraf vastgesteld;
- b)
wordt de voortgang bij de verwezenlijking van de doelstellingen, met inbegrip van streefdoelen voor mainstreaming, waar relevant, gemonitord aan de hand van prestatie-indicatoren;
- c)
worden de voortgang bij en problemen met de verwezenlijking van doelstellingen gerapporteerd aan het Europees Parlement en aan de Raad overeenkomstig artikel 41, lid 3, eerste alinea, punt h), en artikel 253, lid 1, punt e);
- d)
worden de programma's en activiteiten, waar dit haalbaar en passend is overeenkomstig de relevante sectorspecifieke regelgeving, uitgevoerd met het oog op de verwezenlijking van de daarin vastgestelde doelstellingen zonder ernstige afbreuk te doen aan de volgende milieudoelstellingen: de mitigatie van klimaatverandering, de adaptatie aan klimaatverandering, het duurzame gebruik en de bescherming van water en mariene hulpbronnen, de transitie naar een circulaire economie, de preventie en bestrijding van verontreiniging en de bescherming en het herstel van de biodiversiteit en ecosystemen, zoals bepaald in artikel 9 van Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad (1);
- e)
worden de programma's en activiteiten uitgevoerd, waar dit haalbaar en passend is, overeenkomstig de relevante sectorspecifieke regelgeving, om hun vastgestelde doelstellingen te verwezenlijken met inachtneming van de arbeids- en arbeidsvoorwaarden uit hoofde van het toepasselijke nationale en Unierecht, alsmede IAO-verdragen en collectieve overeenkomsten;
- f)
worden programma's en activiteiten, waar dit haalbaar en passend is, in overeenstemming met de desbetreffende sectorspecifieke regelgeving uitgevoerd met inachtneming van het gendergelijkheidsbeginsel en volgens een passende methode voor gendermainstreaming.
3.
In voorkomend geval worden specifieke, meetbare, haalbare, relevante en tijdgebonden doelstellingen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 en indicatoren die relevant, aanvaard, geloofwaardig, eenvoudig, robuust zijn, en gebaseerd op alom erkend wetenschappelijk bewijs en een doeltreffende, transparante en alomvattende methodologie vastgesteld. In voorkomend geval moeten de met betrekking tot dergelijke indicatoren verzamelde gegevens worden uitgesplitst naar geslacht en worden verzameld op een wijze die de aggregatie van dergelijke gegevens in alle relevante programma's mogelijk maakt.
Voetnoten
Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2020 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088 (PB L 198 van 22.6.2020, blz. 13).