Einde inhoudsopgave
Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (herschikking)
Artikel 199 Inhoud van de subsidieaanvragen
Geldend
Geldend vanaf 29-09-2024
- Bronpublicatie:
23-09-2024, PbEU L 2024, 2024/2509 (uitgifte: 26-09-2024, regelingnummer: 2024/2509)
- Inwerkingtreding
29-09-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-09-2024, PbEU L 2024, 2024/2509 (uitgifte: 26-09-2024, regelingnummer: 2024/2509)
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
EU-recht / Financiering
1.
De subsidieaanvraag omvat:
- a)
informatie over de juridische status van de aanvrager, onder meer of het een niet-gouvernementele organisatie is;
- b)
een verklaring op erewoord van de aanvrager overeenkomstig artikel 139, lid 1, en over het vervullen van de criteria om in aanmerking te komen en de selectiecriteria; een dergelijke verklaring is niet vereist in het geval van een aanvraag voor een subsidie van zeer geringe waarde;
- c)
informatie waarmee de financiële draagkracht en de operationele capaciteit van de aanvrager om de voorgestelde actie of het voorgestelde werkprogramma uit te voeren, worden aangetoond en, indien daartoe is besloten door de bevoegde ordonnateur op basis van een risicobeoordeling, bewijsstukken welke die informatie bevestigen, zoals de jaarrekening en de balans van maximaal de laatste drie afgesloten boekjaren.
Dergelijke informatie en bewijsstukken worden niet verlangd van aanvragers waarvoor de verificatie van de financiële draagkracht of de operationele capaciteit niet van toepassing is overeenkomstig artikel 201, lid 5 of 6. Daarnaast worden geen bewijsstukken vereist voor subsidies van kleine bedragen;
- d)
wanneer de aanvraag betrekking heeft op een subsidie voor een actie waarvoor het bedrag hoger is dan 750 000 EUR of een exploitatiesubsidie van meer dan 100 000 EUR, een auditverslag dat door een erkende externe controleur is opgesteld wanneer het beschikbaar is, en altijd in gevallen waarin op grond van Unie- of nationaal recht een audit verplicht is, waarin de rekeningen van maximaal de laatste drie beschikbare boekjaren wordt gecertificeerd. In alle andere gevallen verstrekt de aanvrager een eigen verklaring, ondertekend door zijn gemachtigde vertegenwoordiger, waarin de geldigheid van zijn rekeningen van maximaal de laatste drie beschikbare boekjaren wordt gecertificeerd.
De eerste alinea van dit punt geldt uitsluitend voor de eerste aanvraag die een begunstigde tijdens een bepaald begrotingsjaar bij een bevoegde ordonnateur indient.
Bij overeenkomsten van de Commissie met verschillende begunstigden moeten de in de eerste alinea van dit punt vermelde drempelbedragen per begunstigde worden toegepast.
In het geval van de in artikel 131, lid 4, bedoelde partnerschappen wordt het in de eerste alinea van dit punt bedoelde auditverslag over de laatste twee beschikbare boekjaren overgelegd voordat de overeenkomst inzake financieel kaderpartnerschap wordt ondertekend.
De bevoegde ordonnateur mag, afhankelijk van een risicobeoordeling, instellingen voor onderwijs en opleiding en, in geval van overeenkomsten met verschillende begunstigden, begunstigden die gezamenlijk en hoofdelijk aansprakelijk zijn of die geen financiële aansprakelijkheid dragen, van de in de eerste alinea van dit punt bedoelde verplichting vrijstellen.
De eerste alinea van dit punt is niet van toepassing op personen en entiteiten die in het kader van indirect beheer in aanmerking komen, voor zover zij aan de voorwaarden van artikel 62, lid 1, eerste alinea, punt b), en van artikel 157 voldoen;
- e)
een beschrijving van de actie of het werkprogramma en een geraamde begroting die aan de volgende voorwaarden voldoet:
- i)
inkomsten en uitgaven zijn in evenwicht, en
- ii)
de geraamde subsidiabele kosten van de actie of het werkprogramma zijn aangegeven.
De punten i) en ii) gelden niet voor multidonoracties.
In afwijking van punt i) mag de geraamde begroting in naar behoren gemotiveerde gevallen voorzieningen voor noodgevallen of eventuele wisselkoersschommelingen omvatten;
- f)
de bronnen en bedragen van financiering van de Unie die tijdens hetzelfde boekjaar voor dezelfde actie of een deel van de actie of voor de exploitatie van de aanvrager wordt ontvangen of aangevraagd, zijn vermeld evenals alle andere voor dezelfde actie ontvangen of aangevraagde financieringen.
2.
De aanvraag mag in verschillende delen worden opgesplitst die in verschillende fasen mogen worden ingediend overeenkomstig artikel 203, lid 2.