Einde inhoudsopgave
De kredietwaardigheidstoets bij kredietverlening aan consumenten (R&P nr. FR19) 2020/5.2.5.2
5.2.5.2 De relevante bepalingen uit de CONC
Mr. dr. J.M. Meindertsma, datum 01-06-2020
- Datum
01-06-2020
- Auteur
Mr. dr. J.M. Meindertsma
- JCDI
JCDI:ADS210038:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Overigens kan de significante verhoging betrekking hebben op meerdere kleine verhogingen tezamen. Zie art. 5.2A.6 G CONC.
Art. 5.2A.2 R CONC. Kennelijk worden de uitgezonderde kredieten geacht minder riskant te zijn voor de consument dan de niet uitgezonderde kredieten.
Art. 5.2A.33 R CONC. Dit beleid moet zijn goedgekeurd door hogergeplaatst personeel en periodiek worden herzien. Voorts moet de kredietgever informatie opslaan over elke individuele krediettransactie.
Volgens art. 5.2A.4 R CONC moet de kredietgever een kredietwaardigheidstoets uitvoeren voordat een kredietovereenkomst wordt gesloten of voordat wordt overgegaan tot een belangrijke verhoging van het kredietbedrag.1 Hoewel deze verplichting in principe betrekking heeft op alle consumptieve kredietvormen, geldt er een uitzondering voor pandhuiskrediet, niet-commerciële kredieten, bepaalde roodstanden en bepaalde goederenkredieten.2
Art. 5.2A.4 R CONC
A form must undertake a reasonable assessment of the creditworthiness of a customer before:
entering into a regulated credit agreement; or
significantly increasing the amount of credit provided under a regulated credit agreement; or
significantly increasing a credit limit for running-account credit under a regulated credit agreement.
Uit art. 2A.10 R CONC volgt dat de kredietgever een onderzoek moet doen naar de vraag of en hoe de consument zal kunnen terugbetalen.
Art. 2A.10 R CONC
The firm must consider:
the risk that the customer will not make repayments under the agreement by their due dates (this is sometimes referred to as credit risk); and
the risk to the customer of not being able to make repayments under the agreement in accordance with CONC 5.2A.12R (referred to as ‘affordability risk’ in this section).
De kredietaanvraag mag volgens art. 5.2A.5 R CONC pas worden geaccepteerd als de kredietgever kan aantonen dat hij op een adequate manier heeft gehandeld naar de uitkomsten van het uitgevoerde kredietwaardigheidsonderzoek.
Art. 5.2A.5 R CONC
The firm must not take a step in CONC 5.2A.4R(1) to (3) unless it can demonstrate that it has, before doing so:
undertaken a creditworthiness assessment and, where relevant, the assessment under CONC 5.2A.31R(2) (guarantors) in accordance with the rules set out in this section; and
had proper regard to the outcome of that assessment in respect of affordability risk.
Tot slot moet de kredietgever beleid maken waaruit, kort gezegd, volgt wanneer een consument als kredietwaardig kan worden gezien en met welke feiten en omstandigheden daarbij rekening kan worden gehouden.3