Einde inhoudsopgave
RvdW 2023/854
Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren. Vordering tot opleggen disciplinaire maatregel.
HR 07-07-2023, ECLI:NL:HR:2023:1019
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
7 juli 2023
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, R.J. Koopman, V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, F.J.P. Lock
- Zaaknummer
23/01806
- Conclusie
P-G mr. F.W. Bleichrodt
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Juridische beroepen / Rechter
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1019, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 07‑07‑2023
Conclusie, Hoge Raad, 25‑04‑2023
- Wetingang
Art. 46c Wrra
Essentie
Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren. Vordering tot opleggen disciplinaire maatregel.
Samenvatting
In beginsel staat het een rechterlijk ambtenaar vrij om buiten de rechtszaal haar of zijn mening te uiten over maatschappelijke kwesties. Deze aan een rechterlijk ambtenaar toekomende vrijheid van meningsuiting is evenwel niet onbeperkt. Een rechterlijk ambtenaar dient bij de uitoefening van haar of zijn uitingsvrijheid rekening te houden met de invloed van die uitingen, in het bijzonder voor zover deze uitingen vragen kunnen doen rijzen over de invloed daarvan op het gezag en de onpartijdigheid ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.