Einde inhoudsopgave
Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (herschikking)
Artikel 110 Financieringsbesluiten
Geldend
Geldend vanaf 29-09-2024
- Bronpublicatie:
23-09-2024, PbEU L 2024, 2024/2509 (uitgifte: 26-09-2024, regelingnummer: 2024/2509)
- Inwerkingtreding
29-09-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
23-09-2024, PbEU L 2024, 2024/2509 (uitgifte: 26-09-2024, regelingnummer: 2024/2509)
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
EU-recht / Financiering
1.
Een vastlegging in de begroting wordt voorafgegaan door een financieringsbesluit van de instelling van de Unie of van de autoriteit waaraan zij bevoegdheid heeft gedelegeerd. De financieringsbesluiten zijn jaarlijks of meerjarig.
De eerste alinea van dit lid geldt niet voor kredieten die bestemd zijn voor de werking van elke instelling van de Unie uit hoofde van haar administratieve autonomie en die zonder basishandeling kunnen worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 58, lid 2, punt e), voor uitgaven voor administratieve ondersteuning en bijdragen voor de in de artikelen 70 en 71 bedoelde organen van de Unie.
2.
Het financieringsbesluit vormt tegelijkertijd het jaarlijks of meerjarig werkprogramma en wordt, in voorkomend geval, zo spoedig mogelijk na de goedkeuring van de ontwerpbegroting vastgesteld en in beginsel niet later dan 31 maart van het jaar van uitvoering. Indien de desbetreffende basishandeling voorziet in specifieke voorwaarden voor de vaststelling van een financieringsbesluit of een werkprogramma of beide, gelden deze voorwaarden voor het deel van het financieringsbesluit dat het werkprogramma vormt (vormen), met inachtneming van de vereisten van die basishandeling. Het deel dat het werkprogramma vormt, wordt onmiddellijk na de vaststelling ervan en vóór de uitvoering ervan bekendgemaakt op de website van de betrokken instelling van de Unie.
Het financieringsbesluit vermeldt het totale bedrag waarop het betrekking heeft en bevat een beschrijving van de te financieren acties. Het besluit specificeert de volgende elementen:
- a)
de basishandeling en het begrotingsonderdeel;
- b)
de beoogde doelstellingen en verwachte resultaten;
- c)
de wijzen van uitvoering;
- d)
alle in de basishandeling vereiste aanvullende informatie voor het werkprogramma.
3.
In aanvulling op de in lid 2 genoemde elementen bevat het financieringsbesluit de volgende informatie:
- a)
voor subsidies: het type aanvragers voor wie de oproep tot het indienen van voorstellen of de toekenning zonder selectieprocedure is bedoeld en het begrote totaalbedrag voor de subsidies;
- b)
voor aanbestedingen: het begrote totaalbedrag voor aanbestedingen;
- c)
voor bijdragen aan de in artikel 238 bedoelde trustfondsen van de Unie: de voor het begrotingsjaar voor het trustfonds gereserveerde kredieten, en de voor de gehele duur geplande bedragen uit de begroting en van andere donoren;
- d)
voor prijzen: het type deelnemers voor wie de wedstrijd is bedoeld, het begrote totaalbedrag voor de wedstrijd en een specifieke verwijzing naar prijzen met een eenheidswaarde van 1 000 000 EUR of meer;
- e)
voor financieringsinstrumenten: het aan het financieringsinstrument toegewezen bedrag;
- f)
in het geval van indirect beheer: de persoon of entiteit die middelen van de Unie uitvoert overeenkomstig artikel 62, lid 1, eerste alinea, punt c), of de criteria voor de selectie van de persoon of entiteit;
- g)
voor bijdragen aan blendingfaciliteiten of -platforms: het bedrag dat is toegewezen aan de blendingfaciliteit of het blendingplatform en de lijst van entiteiten die deelnemen aan de blendingfaciliteit of het blendingplatform;
- h)
voor begrotingsgaranties: het jaarlijkse voorzieningsbedrag en, in voorkomend geval, het bedrag van de vrij te geven begrotingsgarantie.
4.
De gedelegeerde ordonnateur kan eventuele passend bevonden extra informatie toevoegen hetzij in het desbetreffende financieringsbesluit dat het werkprogramma vormt, hetzij in alle andere documenten die op de website van de instelling van de Unie worden bekendgemaakt.
Een meerjarig financieringsbesluit is in overeenstemming met de financiële programmering zoals bedoeld in artikel 41, lid 2, en vermeldt dat de tenuitvoerlegging van het besluit afhangt van de beschikbaarheid van kredieten voor de betrokken begrotingsjaren na de vaststelling van de begroting of als voorzien in het systeem van voorlopige twaalfden.
5.
Onverminderd specifieke bepalingen van een basishandeling, wordt voor elke belangrijke wijziging van een reeds vastgesteld financieringsbesluit dezelfde procedure gevolgd als voor het besluit zelf.