Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht
Einde inhoudsopgave
Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht (Meijers-reeks) 2017/1.6.2:1.6.2 Analyse van Nederlandse wet- en regelgeving
Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht (Meijers-reeks) 2017/1.6.2
1.6.2 Analyse van Nederlandse wet- en regelgeving
Documentgegevens:
mr. drs. Y.N. van den Brink, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. drs. Y.N. van den Brink
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In hoofdstuk 4 wordt wel in voetnoten verwezen naar wetgeving die per 1 maart 2017 in werking is getreden.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De analyse van de Nederlandse wettelijke regeling is in eerste instantie overwegend beschrijvend van aard (zie hoofdstuk 4). Pas in de synthese zal de wettelijke regeling – en de toepassing daarvan in de praktijk – worden geanalyseerd in het licht van het overkoepelende kinder- en mensenrechtenkader (zie hoofdstuk 10). De wettelijke regeling van voorlopige hechtenis betreft evenwel een normenstelsel dat de rechter en andere professionele actoren in de rechtspraktijk in acht moeten nemen. Hierdoor fungeert de Nederlandse wettelijke regeling in het onderhavige onderzoek tevens als een normatief analysekader waartegen de bevindingen uit het empirisch onderzoek worden afgezet. Dit vloeit ook voort uit het overkoepelende kinder- en mensenrechtelijke analysekader, daar – zo zal blijken in hoofdstuk 2 – het verbod op onrechtmatige en willekeurige vrijheidsbeneming met zich brengt dat voorlopige hechtenis van minderjarigen enkel rechtmatig kan zijn als dit conform de nationale wet wordt toegepast.
De Nederlandse wettelijke regeling van voorlopige hechtenis van minderjarigen is door middel van ‘desk research’ in kaart gebracht. Hiervoor zijn de relevante wetteksten, memories van toelichting, rechtspraak van de Hoge Raad en rechtswetenschappelijke literatuur bestudeerd, waarbij tevens aandacht is voor de fundamentele strafrechtelijke beginselen die ten grondslag liggen aan de wettelijke regeling van de voorlopige hechtenis. Daarnaast is op basis van de wetsgeschiedenis, (historische) rapporten van gezaghebbende adviescommissies en rechtswetenschappelijke literatuur onderzoek gedaan naar de grondslagen van het Nederlandse jeugdstrafrecht om daarmee de context van de wettelijke regeling van voorlopige hechtenis van minderjarigen te kunnen schetsen (zie wederom hoofdstuk 4). De analyse van de Nederlandse wettelijke regeling van voorlopige hechtenis van minderjarigen is afgerond op 1 januari 2017 en is daarmee beperkt tot de wetgeving zoals die op dat moment gold.1