Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht
Einde inhoudsopgave
Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht (Meijers-reeks) 2017/7.4.5.2:7.4.5.2 Signaalfunctie
Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht (Meijers-reeks) 2017/7.4.5.2
7.4.5.2 Signaalfunctie
Documentgegevens:
mr. drs. Y.N. van den Brink, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. drs. Y.N. van den Brink
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tijdens de interviews komt naar voren dat verschillende rechters, als het gaat over de duur van een bevel tot voorlopige hechtenis, spreken over “een signaal afgeven”. Ook tijdens de geobserveerde voorgeleidingen en raadkamerzittingen kwam naar voren dat de duur van een bevel tot voorlopige hechtenis een signaalfunctie in zich kan dragen. Zo is reeds beschreven dat de rechter, in gevallen waarin hij de ernstige bezwaren tegen de verdachte nog aan de magere kant vindt, het volgens hem twijfelachtig is of het uiteindelijk tot een veroordeling zal leiden, maar er nog wel een politieonderzoek loopt waarvoor het noodzakelijk is dat de verdachte in voorlopige hechtenis verblijft (lees: collusiegevaar), de duur van het bevel tot voorlopige hechtenis soms bewust beperkt om daarmee een signaal af te geven richting het Openbaar Ministerie en de politie (zie par. 7.4.2.2 en 7.4.3.3, onder D). In dit verband geven verschillende raadkamerrechters tijdens de interviews ook aan dat de voortgang van het politieonderzoek een voorname reden is om in elk geval terughoudend om te gaan met het bevelen van de gevangenhouding van een minderjarige voor de duur van 90 dagen, om te voorkomen dat de politie en de officier van justitie het idee krijgen dat zij “achterover kunnen gaan hangen”.1
Zoals in de voorgaande paragraaf al aan de orde kwam, wordt de duur van het bevel tot voorlopige hechtenis soms ook bewust door rechters beperkt om hiermee een signaal naar de hulpverlenende instanties (lees: Raad voor de Kinderbescherming en jeugdreclassering) af te geven. De korte duur van het bevel tot voorlopige hechtenis moet ervoor zorgen dat deze instanties op korte termijn een plan van aanpak hebben gemaakt om de voorlopige hechtenis te kunnen schorsen onder voorwaarden.
Voorts kan van de duur van het bevel tot voorlopige hechtenis ook een signaal uitgaan in de richting van de verdachte. Om deze reden stelt een raadkamerrechter tijdens een interview dat een bevel tot gevangenhouding voor de duur van 30 dagen, die eventueel nog twee maal kan worden verlengd, in beginsel zijn voorkeur heeft boven een bevel voor 90 dagen.
“Het is ook voor de minderjarige denk ik van belang om het idee te hebben dat zijn zaak regelmatig bekeken wordt.”2
Een andere raadkamerrechter merkt echter op dat in bepaalde ernstige zaken het bevelen van de gevangenhouding voor een kortere duur dan 90 dagen juist een verkeerd signaal afgeeft richting de verdachte, namelijk valse hoop op tussentijdse vrijlating.
“Als je een redelijk panklare zaak hebt, met name een ernstig agressiedelict, waarvan je kan denken ‘er moet een dubbel PO komen, misschien komt er wel een PIJ-advies uit’ en het sowieso te erg is om te schorsen. Dan kan je hem welke elke 30 dagen valse hoop geven, want zo ervaren ze dat wel… Als ze weer naar de raadkamer komen, dan denken ze dat ze er misschien uit mogen. Soms als je dan bij een verlenging zegt ‘je gaat er niet uit, gelet op de steekpartij’. Dan zeggen ze: ‘wat doe ik hier dan?; had mij maar lekker laten zitten’. Dus soms is het realistisch dat je gewoon meteen helderheid verschaft en dat je kan zeggen ‘dit is zo’n erg feit dat we in dit stadium niet anders kunnen dan concluderen dat jij vast moet blijven zitten, gelet op dat wij tot in detail moeten weten wat er in dat koppie van jou omgaat, maar ook dat het onder geen omstandigheid verantwoord is, nu of binnen drie maanden, dat jij weer thuis in die wijk gaat zitten. En dat kan je bij die eerste raadkamer best inschatten.”3
Verder werd in de vorige paragraaf reeds duidelijk dat de lange duur van een bevel tot voorlopige hechtenis, in het geval de tenuitvoerlegging daarvan wordt geschorst, kan dienen als een signaal naar de minderjarige verdachte dat hij zich echt moet houden aan de schorsingsvoorwaarden.
Tot slot kan de duur van een bevel tot gevangenhouding ook dienen als signaal naar de samenleving. In gevallen waarin het strafbare feit waarvan de minderjarige wordt verdacht dermate ernstig is dat dit een schok in de samenleving teweeg heeft gebracht, kan de raadkamer door de gevangenhouding voor de duur van 90 dagen te bevelen de samenleving duidelijk maken dat dergelijke strafbare feiten niet zonder consequenties blijven.
“Dat het zo ernstig is dat je op voorhand al weet van ‘nou hier is de rechtsorde zo geschokt, ik ga je gewoon 90 dagen geven’. Het komt niet vaak voor hoor. Bijvoorbeeld die jongen die destijds zijn leraar heeft doodgeschoten. Die zou gewoon 90 dagen hebben gekregen als dat nu zou gebeuren. (…) Als die vrijgelaten wordt, dan wordt hij gelyncht, dus het is nog bescherming [van de verdachte, YB] ook.”4
Aldus kan het beperken van de duur van een bevel tot voorlopige hechtenis een sturende werking hebben ten aanzien van lopende onderzoeken van het Openbaar Ministerie en de politie, de hulpverlenende instanties en het NIFP. Hiermee kan, zoals verschillende rechters het verwoorden, “een vinger aan de pols” worden gehouden en “druk op de ketel” worden gezet. Tegelijkertijd menen sommige rechters dat in bepaalde ernstige zaken juist een langdurig bevel tot voorlopige hechtenis moet worden afgegeven, waarmee de rechter zijn vinger weliswaar enigszins van de pols haalt, maar de jeugdige verdachte – en de samenleving – wel een realistische verwachting wordt meegegeven van het verdere verloop van de zaak.