Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht
Einde inhoudsopgave
Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht (Meijers-reeks) 2017/7.3:7.3 Rechterlijke besluitvorming inzake voorlopige hechtenis van minderjarigen
Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht (Meijers-reeks) 2017/7.3
7.3 Rechterlijke besluitvorming inzake voorlopige hechtenis van minderjarigen
Documentgegevens:
mr. drs. Y.N. van den Brink, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. drs. Y.N. van den Brink
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Nu het werkproces van de rechter-commissaris en raadkamer is beschreven, zal de rest van dit hoofdstuk zich richten op de inhoudelijke rechterlijke besluitvorming over de voorlopige hechtenis van minderjarige verdachten. In paragrafen 7.4 en 7.5 wordt op basis van de bevindingen van het observatieonderzoek en de interviews met rechters diepgaand inzicht gegeven in de wijze waarop rechters invulling geven aan de wettelijke criteria voor voorlopige hechtenis en de schorsing onder voorwaarden en hoe zij omgaan met de discretionaire beslisruimte die de wet hen hierbij laat. Om de bevindingen overzichtelijk te presenteren, wordt in die paragrafen de uit de wetssystematiek voorvloeiende – en in hoofdstuk 4 beschreven1 – ‘tweeledige’ structuur van de voorlopige hechtenisbeslissing aangehouden, waarin de ‘bevelsbeslissing’ en de ‘tenuitvoerleggingsbeslissing’ worden onderscheiden.2
Alvorens hiertoe over te gaan, wordt eerst in paragraaf 7.3.1 een fictieve casus beschreven – die tijdens de interviews aan rechters is voorgelegd – en worden de op deze casus betrekking hebbende overwegingen van enkele rechters op een rij gezet. Hiermee wordt een eerste indruk gegeven van de rechterlijke besluitvorming over de voorlopige hechtenis van minderjarigen en de opvattingen die daaraan ten grondslag liggen.
7.3.1 Een eerste illustratie: overwegingen van rechters in casus ‘Jeffrey’