Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht
Einde inhoudsopgave
Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht (Meijers-reeks) 2017/7.8:7.8 Tot besluit
Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht (Meijers-reeks) 2017/7.8
7.8 Tot besluit
Documentgegevens:
mr. drs. Y.N. van den Brink, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. drs. Y.N. van den Brink
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie o.m. Deelen 2015. Zie paragrafen 1.6.3.1 en 3.3.2.
Zoals reeds is beschreven, moet hierbij worden bedacht dat het rechterlijke besluitvormingsproces inzake de voorlopige hechtenis niet is beperkt tot de beraadslagingen in raadkamer. Dit proces start reeds bij het bestuderen van het dossier voorafgaand aan de raadkamerzitting (zie par. 7.2.2 – 7.2.5).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit omvangrijke hoofdstuk is getracht het rechterlijke besluitvormingsproces inzake de voorlopige hechtenis van minderjarige verdachten minutieus te ontleden op basis van data die zijn verzameld door middel van observaties tijdens voorgeleidingen en raadkamerzittingen en interviews met rechters. Hiermee is een gedetailleerd beeld geschetst van de wijze waarop rechters in jeugdzaken omgaan met de voorlopige hechtenis. Ter afsluiting van dit hoofdstuk is evenwel een drietal kanttekeningen op zijn plaats:
In dit hoofdstuk is een veelheid aan factoren, belangen en processen die van invloed kunnen zijn op de voorlopige hechtenisbeslissing de revue gepasseerd. Het is van belang voor ogen te houden dat deze factoren, belangen en processen in de praktijk nooit op zichzelf staan en de betekenis en invloed hiervan altijd afhankelijk is van de specifieke context van het individuele geval. Uiteindelijk wordt iedere voorlopige hechtenisbeslissing dan ook genomen op basis van de waardering van het “totaalplaatje” van de zaak. Bovendien kunnen de rechterlijke beslissingen niet los worden gezien van de werkprocessen en beslissingen van andere actoren die betrokken zijn in de voorfase van het jeugdstrafproces, zoals de officier van justitie, advocaat, Raad voor de Kinderbescherming, jeugdreclassering en de justitiële jeugdinrichting. Hierop zal in het volgende hoofdstuk nader worden ingegaan.
De weergave van het rechterlijke besluitvormingsproces in dit hoofdstuk kan mogelijk de indruk wekken dat voorlopige hechtenisbeslissingen vrijwel volledig voortvloeien uit bewuste overwegingen van de rechter. Rechtspsychologisch onderzoek toont evenwel aan dat ook onbewuste gedachten en gevoelens van de rechter een rol spelen in de rechterlijke besluitvorming.1 Ook al valt het in kaart brengen van deze ‘onbewuste kant’ van de rechterlijke besluitvorming buiten de reikwijdte van het onderhavige onderzoek, het is niettemin belangrijk om dit na het lezen van dit hoofdstuk in het achterhoofd te houden.
Tot slot is het van belang dat de lezer zich blijft realiseren dat voorlopige hechtenisbeslissingen in de praktijk doorgaans in een zeer kort tijdsbestek (moeten) worden genomen. Dit gegeven kan in het onderhavige hoofdstuk door de uitvoerige beschrijving van het rechterlijke besluitvormingsproces – en in het bijzonder door de citaten van de soms diepgaande reflecties die door rechters tijdens de interviews naar voren zijn gebracht – eenvoudig naar de achtergrond verdwijnen. Qua omvang en diepgang weerspiegelt dit hoofdstuk dan ook niet de doorsnee gang van zaken tijdens de beraadslagingen in raadkamer, waarin niet telkens alle afzonderlijke criteria voor de voorlopige hechtenis worden besproken, doorgaans niet of nauwelijks sprake is van diepgaande beschouwingen of discussies en veelal vrij snel tot een beslissing wordt gekomen.2
In dit hoofdstuk is gepoogd een dieper begrip te krijgen van het rechterlijke besluitvormingsproces door ook de aspecten te belichten die veelal niet in de formele motiveringen van beslissingen naar voren komen en zelfs tijdens de beraadslagingen in raadkamer doorgaans onbesproken blijven, maar wel van invloed (kunnen) zijn op de besluitvorming. Ook zijn de rechterlijke percepties die aan de besluitvorming ten grondslag liggen in de analyse betrokken. Hiermee is getracht een zo compleet en diepgaand mogelijk beeld te geven van de rechterlijke besluitvorming inzake de voorlopige hechtenis van minderjarige verdachten in de Nederlandse jeugdstrafrechtspraktijk. In het navolgende hoofdstuk wordt getracht het begrip van de voorlopige hechtenispraktijk van minderjarigen nog verder te verdiepen door ook de aan de voorlopige hechtenisbeslissing ten grondslag liggende dynamiek tussen de verschillende betrokken professionals en instanties in kaart te brengen.