Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht
Einde inhoudsopgave
Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht (Meijers-reeks) 2017/7.5.3.1:7.5.3.1 Voorlopige hechtenis thuis of in de justitiële jeugdinrichting?
Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht (Meijers-reeks) 2017/7.5.3.1
7.5.3.1 Voorlopige hechtenis thuis of in de justitiële jeugdinrichting?
Documentgegevens:
mr. drs. Y.N. van den Brink, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. drs. Y.N. van den Brink
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Verschillende factoren kunnen van invloed zijn op de beslissing van de rechter om de voorlopige hechtenis al dan niet in de vorm van huisarrest ten uitvoer te leggen. Uit de interviews volgt dat sommige rechters het huisarrest vooral passend vinden in gevallen waarin sprake is van een hele jonge en/ of beïnvloedbare verdachte, waarbij het niet wenselijk wordt geacht dat deze verdachte in een justitiële jeugdinrichting terecht komt, maar een vorm van vrijheidsbeneming niettemin gepast wordt geacht. Zo stelt een rechter-commissaris tijdens een interview:
“Nou ja, dat huisarrest dat doe ik denk ik alleen bij de jeugdigen. De echt jonge… de 14-jarigen met ernstige feiten, waarvan ik niet denk dat het goed is als zij in een JJI [justitiele jeugdinrichting, YB] verblijven, omdat ze daar alleen maar verkeerde ideeën opdoen en waar thuis een stevig genoege situatie is om hem echt in de gaten te houden. En dan vind ik het op zich wel een goede straf, want dan zitten ze gewoon lekker binnen, terwijl hun vriendjes lekker buiten aan het voetballen zijn. Ja, dat is ook niet fijn.”1
Uit het observatieonderzoek volgt dat ook de bijzondere kwetsbaarheid van de verdachte een reden kan zijn om voorlopige hechtenis in de vorm van huisarrest ten uitvoer te leggen. Zo volgde de rechter-commissaris in een zaak van een 17-jarige verdachte met een licht verstandelijke beperking het advies van de Raad voor de Kinderbescherming om huisarrest toe te passen, omdat de Raad uitdrukkelijk aangaf dat de justitiële jeugdinrichting voor de verdachte, gelet op zijn bijzondere kwetsbaarheid, geen geschikte plaats was.2 In een andere zaak werd door de raadkamer overwogen dat het niet wenselijk en zelfs gevaarlijk zou zijn om de 15-jarige, kwetsbare verdachte tussen de 17-jarigen in een justitiële jeugdinrichting te plaatsen, zeker nu het een zaak betrof waarvoor veel media-aandacht was waarvan de populatie in de justitiële jeugdinrichting hoogstwaarschijnlijk ook op de hoogte was.
Voorts lijkt ook het belang van voortzetting van de schoolgang of stage van de minderjarige verdachte een rol te kunnen spelen. Het wordt de verdachte die zich in huisarrest bevindt doorgaans namelijk wel toegestaan (of zelfs verplicht) om het ouderlijk huis te verlaten om naar school of stage te gaan. Hiermee kan de modaliteit van het huisarrest de minderjarige verdachte in staat stellen om gedurende de tenuitvoerlegging van de voorlopige hechtenis zijn schoolgang of stage voort te zetten. Dit wordt tijdens een interview aangehaald door een raadkamerrechter:
“Ik zou zeggen dat het [huisarrest, YB] alleen voor jonge kinderen kan en alleen in die gevallen waarin de schoolgang bewaakt moet worden en niet op andere wijzen daarin voorzien kan worden.”3
Een cruciale factor bij de beslissing over toepassing van huisarrest is voorts “het thuisfront” (met name de ouders) van de minderjarige verdachte. De rechter zal het ouderlijk huis van de verdachte niet aanwijzen als een “geschikte plaats” voor tenuitvoerlegging van voorlopige hechtenis wanneer ouders niet in staat worden geacht voldoende toezicht te houden op de naleving van het huisarrest of wanneer het thuisfront als instabiel of onveilig wordt aangemerkt. Zo stelt een raadkamerrechter tijdens een interview:
“Het heeft natuurlijk alles te maken met hoe het thuisfront dit oppikt. Echt alles. Als wij maar een flintertje twijfel hebben, dan gaat wat mij betreft het feest al niet door.”4
Ook een andere raadkamerrechter brengt tijdens een interview onder woorden hoe belangrijk de ouders van de minderjarige verdachte zijn voor de beslissing van de rechter over het al dan niet toepassen van huisarrest:
“We hebben de keuze tot huisarrest, dan speelt de inbreng en ook de stevigheid van de ouders wel een grote rol. Als je ouders hebt die zeggen ‘mijn kind kan dit onmogelijk gedaan hebben, de politie zit helemaal fout’, dan heb je een ander verhaal natuurlijk dan ouders die zeggen ‘we tobben al eindeloos met die jongen, we hebben hulp nodig, maar we kunnen hem wel een stevig kader bieden en als hij bij ons in huisarrest moet zitten dan zullen wij heel goed op hem letten en is mijn vrouw niet thuis, dan ben ik wel thuis’. Dat is wel essentieel voor een huisarrest.”5
Dat de indruk die de rechters hebben van het thuisfront van de verdachte cruciaal is voor de beslissing over huisarrest, kwam ook tijdens het observatieonderzoek naar voren. Zo werd door de raadkamer in een zaak van een 16-jarige verdachte van een gewapende overval uitdrukkelijk overwogen dat de thuissituatie van de verdachte erg onzeker was en zijn gezin bekend stond als een probleemgezin, waardoor toepassing van huisarrest niet verantwoord werd geacht. In een zaak van een 17-jarige verdachte van een woninginbraak werd door de raadkamer overwogen dat moest worden afgezien van het toepassen van huisarrest, omdat de verdachte zelf geen dagbesteding had, terwijl zijn moeder overdag aan het werk was en dus niet thuis kon toezien op het huisarrest.6
Tot slot lijkt ook de ernst van het strafbare feit waarop de verdenking betrekking heeft een rol van betekenis te kunnen spelen bij de beslissing of de voorlopige hechtenis in de vorm van huisarrest of in een justitiële jeugdinrichting ten uitvoer wordt gelegd. Zo werd door de raadkamer in de hierboven aangehaalde zaak van de 16-jarige verdachte van een overval op een café onder meer overwogen dat huisarrest, gelet op de ernst van het feit, “te licht” moest worden geacht.7