Einde inhoudsopgave
Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht (Meijers-reeks) 2017/7.5.1
7.5.1 Schorsing van de voorlopige hechtenis
mr. drs. Y.N. van den Brink, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. drs. Y.N. van den Brink
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
In de studie van Van den Brink e.a. (2017), werd meer dan de helft van de toegewezen vorderingen tot inbewaringstelling van minderjarige verdachten onmiddellijk geschorst onder voorwaarden. Zie par. 5.4.1.
Dit sample kan niet worden beschouwd als representatief voor de gehele voorlopige hechtenispraktijk van minderjarigen in Nederland (vgl. par. 6.7.3). Niettemin geven deze aantallen wel een indicatie dat de schorsing veelvuldig wordt toegepast.
Dit betreft het aantal voorgeleidingen waar is beslist over een vordering tot inbewaringstelling. Zie tabel 6.2 en bijlage 2.
Dit betreft het aantal raadkamerzittingen waar is beslist over respectievelijk een vordering tot gevangenhouding of de eerste of tweede verlenging daarvan. Zie tabel 6.2 en bijlage 2.
De schorsing van de voorlopige hechtenis speelt in jeugdstrafzaken een centrale rol. Dit kwam duidelijk naar voren tijdens de voorgeleidingen en raadkamerzittingen die in het kader van dit onderzoek zijn geobserveerd. In vrijwel alle zaken werd door de raadsman van de verdachte uitdrukkelijk om een schorsing verzocht. Ook is gebleken dat het wel of niet schorsen van de voorlopige hechtenis in veel zaken het voornaamste punt van beraadslaging was tijdens het raadkameroverleg.
Evenals in (ander) onderzoek van Van den Brink e.a.,1 komt de centrale rol van de schorsing in dit onderzoek ook in kwantitatieve zin naar voren in het sample van geobserveerde voorgeleidingen en raadkamerzittingen.2 Tijdens 64 geobserveerde voorgeleidingen3 werd 59 maal de vordering tot inbewaringstelling toegewezen, waarvan in 34 gevallen de tenuitvoerlegging daarvan direct werd geschorst door de rechter-commissaris. Tijdens de observaties van 90 eerste raadkamerzittingen, 33 eerste verlengingszittingen en 14 tweede verlengingszittingen4 werd respectievelijk 89, 32 en 13 maal de vordering tot gevangenhouding toegewezen, waarvan de tenuitvoerlegging respectievelijk 25, 17 en 4 maal werd geschorst (zie bijlage 2).
In de volgende subparagrafen zal – in kwalitatieve zin – worden geschetst hoe rechters invulling geven aan de schorsingsbeslissing en welke factoren hierbij relevant kunnen zijn. Allereerst wordt aandacht besteed aan de opvattingen van rechters over het voorschrift van artikel 493, eerste lid Sv.
7.5.1.1 Uitgangspunt of onderzoeksplicht?7.5.1.2 Schorsingsbeslissing