Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/194
Gekwalificeerde doodslag (art. 288 Sr), medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282 lid 1 Sr) en medeplegen wegmaken van lijk (art. 151 Sr) door in 2019 in België een ander te martelen en hem vastgebonden in laadruimte van zijn eigen bestelbus rond te rijden teneinde hem te laten zeggen waar hij zijn geld heeft verstopt, als gevolg waarvan die ander komt te overlijden, en vervolgens zijn lichaam in stukken te zagen, zijn lichaamsdelen in olievat te verbranden, overgebleven restanten in speciekuip met cement te storten en die kuip in water te dumpen. TBS met dwangverpleging opgelegd. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt A-G. Samenhang met 24/04501 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).
HR 06-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:21
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 januari 2026
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, M. Kuijer, T. Kooijmans
- Zaaknummer
24/04497
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:21, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑01‑2026
Essentie
Gekwalificeerde doodslag (art. 288 Sr), medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282 lid 1 Sr) en medeplegen wegmaken van lijk (art. 151 Sr) door in 2019 in België een ander te martelen en hem vastgebonden in laadruimte van zijn eigen bestelbus rond te rijden teneinde hem te laten zeggen waar hij zijn geld heeft verstopt, als gevolg waarvan die ander komt te overlijden, en vervolgens zijn lichaam in stukken te zagen, zijn lichaamsdelen in olievat te verbranden, overgebleven restanten in speciekuip met cement te storten en die kuip in water te dumpen. TBS met dwangverpleging ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.