Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/177
Witwassen van geldbedrag (€ 23.085) aangetroffen op verschillende verstopplaatsen in woning van verdachte in o.m. coupures van € 100, € 200, en € 500 (art. 420bis lid 1 sub b Sr). 1. Bewijsklacht wetenschap van verdachte. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat verdachte wetenschap heeft gehad van de criminele herkomst van geldbedragen? 2. Verbeurdverklaring geldbedragen, art. 33a lid 1 Sr. Heeft hof in het midden gelaten op welke grond(en) deze geldbedragen voor verbeurdverklaring vatbaar zijn? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 06-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:4
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 januari 2026
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, M. Kuijer, T. Kooijmans
- Zaaknummer
23/02633
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Sancties
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:4, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1148, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑11‑2025
Essentie
Witwassen van geldbedrag (€ 23.085) aangetroffen op verschillende verstopplaatsen in woning van verdachte in o.m. coupures van € 100, € 200, en € 500 (art. 420bis lid 1 sub b Sr). 1. Bewijsklacht wetenschap van verdachte. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat verdachte wetenschap heeft gehad van de criminele herkomst van geldbedragen? 2. Verbeurdverklaring geldbedragen, art. 33a lid 1 Sr. Heeft hof in het midden gelaten op welke grond(en) deze geldbedragen voor verbeurdverklaring vatbaar zijn? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02633
Datum 6 januari 2026 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.