Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/191
Faillissementsfraude. Medeplegen bedrieglijke bankbreuk door als bestuurder van rechtspersoon (reisbureau) schuldeisers te bevoordelen (art. 343 lid 3 (oud) Sr), gelden aan boedel te onttrekken (art. 343 lid 1 (oud) Sr) en niet te voldoen aan zijn administratieplicht (art. 343 lid 4 (oud) Sr). 1. Bewijsklacht bestuurder. Kon verdachte in bewezenverklaarde periode als bestuurder worden aangemerkt? 2. Bewijsklacht ‘ter bedrieglijke verkorting van rechten van schuldeisers van rechtspersoon’ en opzet. Kon hof oordelen dat verdachte heeft gehandeld ter bedrieglijke verkorting van rechten van schuldeisers, nu uit ’s hofs vaststellingen blijkt dat hij heeft getracht faillissement van reisbureau te voorkomen of er om andere redenen vanuit ging dat faillissement niet zou intreden? 3. Bewijsklacht niet voldoen aan zijn administratieplicht. Kan uit bewijsvoering volgen dat verdachte zelf geen volledige administratie van reisbureau heeft overgelegd dan wel deze gedraging heeft medegepleegd? 4. Bewijsklacht niet voldoen aan zijn administratieplicht. Is deel van bewezenverklaring t.a.v. niet overleggen van volledige administratie van reisbureau strijdig met ’s hofs vaststelling dat ontoereikende administratie is gevoerd? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2026/190.
HR 06-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:11
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 januari 2026
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, M. Kuijer, T.B. Trotman
- Zaaknummer
24/00765
- Conclusie
A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Insolventierecht / Faillissement
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:11, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1118, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑10‑2025
Essentie
Faillissementsfraude. Medeplegen bedrieglijke bankbreuk door als bestuurder van rechtspersoon (reisbureau) schuldeisers te bevoordelen (art. 343lid 3 (oud) Sr), gelden aan boedel te onttrekken (art. 343lid 1 (oud) Sr) en niet te voldoen aan zijn administratieplicht (art. 343lid 4 (oud) Sr). 1. Bewijsklacht bestuurder. Kon verdachte in bewezenverklaarde periode als bestuurder worden aangemerkt? 2. Bewijsklacht ‘ter bedrieglijke verkorting van rechten van schuldeisers van rechtspersoon’ en opzet. Kon hof oordelen dat verdachte heeft gehandeld ter bedrieglijke verkorting van rechten van schuldeisers, nu uit ’s hofs vaststellingen blijkt dat hij heeft getracht faillissement ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.