De bevrijdende verjaring
Einde inhoudsopgave
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/28.2.5:28.2.5 Conclusie verschil verval en verjaring
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/28.2.5
28.2.5 Conclusie verschil verval en verjaring
Documentgegevens:
mr. J.L. Smeehuijzen, datum 22-04-2008
- Datum
22-04-2008
- Auteur
mr. J.L. Smeehuijzen
- JCDI
JCDI:ADS364101:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor zover het gaat om vermogensrechtelijke vervaltermijnen, zijn de traditionele onderscheidingen tussen verval en verjaring grotendeels onhoudbaar: (i) vervaltermijnen moeten net zo min als verjaringstermijnen ambtshalve worden toegepast en (ii) afstand van verval is niet in mindere mate mogelijk dan afstand van verjaring. (ilia) Stuiting van verval is, via een redelijke wetsuitleg of via de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, mogelijk als het gaat om vorderingsrechten. Helemaal gelijk zijn vermogensrechtelijke verval- en verjaringstermijnen intussen niet. (iiib) Voor bevoegdheden of obliegenheiten is de stuitingfiguur in de regel ongeschikt, omdat daar de crediteur zelf zijn recht kan verwezenlijken of zijn obliegenheit kan vervullen. (iv) er is het verschil sterke/zwakke werking, dat eenvoudig door de wetgever is gegeven.