De bevrijdende verjaring
Einde inhoudsopgave
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/27:27 De verhouding tussen verjaring en rechtsverwerking op grond van tijdsverloop
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/27
27 De verhouding tussen verjaring en rechtsverwerking op grond van tijdsverloop
Documentgegevens:
mr. J.L. Smeehuijzen, datum 22-04-2008
- Datum
22-04-2008
- Auteur
mr. J.L. Smeehuijzen
- JCDI
JCDI:ADS371372:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
27.1 Inleiding27.2 Onder het oude recht werd de facto rechtsverwerking op grond van louter tijdsverloop aanvaard27.3 Bij gebreke van een adequaat verjaringsregime, was rechtsverwerking op grond van louter tijdsverloop aanvaardbaar27.4 Met de komst van het nieuwe verjaringsrecht is rechtsverwerking op grond van louter tijdsverloop niet langer aanvaardbaar27.5 Onder het nieuwe verjaringsrecht lijkt de oude communis opinio niet langer bruikbaar27.6 Subjectieve verjaring is een specialis van de generalis rechtsverwerking27.7 Het bijzondere van verjaring ligt niet in de gevolgen voor de debiteur27.8 Het bijzondere van verjaring ligt in de aard van het stilzitten van de crediteur27.9 Het nieuwe verjaringsrecht en de rechtspraak van de Hoge Raad27.10 Conclusie27.11 Post scriptum; verjaring krachtens de subjectieve termijn is rechtsverwerking, verjaring krachtens de objectieve termijn niet