Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/190
Faillissementsfraude. Medeplegen bedrieglijke bankbreuk door als bestuurder van rechtspersoon (reisbureau) schuldeisers te bevoordelen (art. 343 lid 3 (oud) Sr), gelden aan boedel te onttrekken (art. 343 lid 1 (oud) Sr) en niet te voldoen aan zijn administratieplicht (art. 343 lid 4 (oud) Sr), en valsheid in geschrift (art. 225 lid 2 Sr). 1. Bewijsklachten bedrieglijke bankbreuk t.a.v. voorzienbaarheid van faillissement en opzet. Kon hof oordelen dat faillissement voor verdachte voorzienbaar was en dat hij (voorwaardelijk) opzet had op verkorting van rechten van (overige) schuldeisers? 2. Bewijsklachten bedrieglijke bankbreuk t.a.v. niet voldoen aan administratieplicht. Is het niet overleggen van administratie opgenomen in art. 343 (oud) Sr of enkel strafbaar gesteld in huidig art. 344a Sr? 3. Bewijsklacht valsheid in geschrift t.a.v. gebruik maken van geschriften. Kan uit bewijsvoering volgen dat verdachte gebruik heeft gemaakt van overeenkomsten, nu reisbureau als ‘gebruiker’ moet worden aangemerkt? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2026/191.
HR 06-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:10
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 januari 2026
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, M. Kuijer, T.B. Trotman
- Zaaknummer
24/00750
- Conclusie
A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Insolventierecht / Faillissement
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:10, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1117, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑10‑2025
Essentie
Faillissementsfraude. Medeplegen bedrieglijke bankbreuk door als bestuurder van rechtspersoon (reisbureau) schuldeisers te bevoordelen (art. 343lid 3 (oud) Sr), gelden aan boedel te onttrekken (art. 343lid 1 (oud) Sr) en niet te voldoen aan zijn administratieplicht (art. 343lid 4 (oud) Sr), en valsheid in geschrift (art. 225 lid 2 Sr). 1. Bewijsklachten bedrieglijke bankbreuk t.a.v. voorzienbaarheid van faillissement en opzet. Kon hof oordelen dat faillissement voor verdachte voorzienbaar was en dat hij (voorwaardelijk) opzet had op verkorting van rechten van (overige) schuldeisers? 2. Bewijsklachten bedrieglijke bankbreuk t.a.v. niet voldoen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.