Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht
Einde inhoudsopgave
Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht (Meijers-reeks) 2017/7.5.3:7.5.3 Huisarrest
Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht (Meijers-reeks) 2017/7.5.3
7.5.3 Huisarrest
Documentgegevens:
mr. drs. Y.N. van den Brink, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. drs. Y.N. van den Brink
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijlage 2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien de rechter besluit de tenuitvoerlegging van de voorlopige hechtenis niet te schorsen, heeft hij op grond van artikel 493, derde lid Sv de mogelijkheid om de voorlopige hechtenis op andere locatie dan de justitiële jeugdinrichting ten uitvoer te leggen. De rechter kan daartoe elke “geschikte plaats” aanwijzen. In het observatieonderzoek maakten rechters niet veel gebruik van deze bevoegdheid. Tijdens de 201 bijgewoonde voorgeleidingen en raadkamerzittingen, waar is beslist over een vordering tot inbewaringstelling of (verlenging van de) gevangenhouding, werd slechts driemaal door de rechter(s) gebruik gemaakt van artikel 493, derde lid Sv om de voorlopige hechtenis op een alternatieve locatie ten uitvoer te leggen.1 In al deze gevallen betrof de door de rechter aangewezen plaats het ouderlijk huis van de verdachte, waarmee de voorlopige hechtenis in de vorm van huisarrest ten uitvoer werd gelegd.
Tijdens een aantal bijgewoonde voorgeleidingen en raadkamerzittingen kwam de mogelijkheid van huisarrest wel ter sprake, maar besloot de rechter-commissaris of raadkamer dat het ouderlijk huis geen geschikte plaats was en dat de voorlopige hechtenis in de justitiële jeugdinrichting ten uitvoer zou worden gelegd, dan wel dat de tenuitvoerlegging van de voorlopige hechtenis zou worden geschorst. Dit roept de vraag op welke factoren voor rechters bepalend kunnen zijn in hun beslissing om de voorlopige hechtenis al dan niet in het ouderlijk huis van de verdachte ten uitvoer te laten leggen (par. 7.5.3.1), alsook de vraag hoe huisarrest als alternatieve vorm van tenuitvoerlegging van voorlopige hechtenis zich verhoudt tot de schorsing onder bijzondere voorwaarden (par. 7.5.3.2).
7.5.3.1 Voorlopige hechtenis thuis of in de justitiële jeugdinrichting?7.5.3.2 Voorlopige hechtenis thuis of schorsen?