RvdW 2026/208:Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht. Justitiële samenwerking in strafzaken. Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd met het oog op de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf. Grond tot facultatieve weigering van de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel. Voorwaarden voor de overname van de tenuitvoerlegging van die straf door de tenuitvoerleggingsstaat. Begrip ‘onherroepelijk berecht voor dezelfde feiten’. Wederzijdse erkenning van strafvonnissen met het oog op de tenuitvoerlegging ervan in een andere lidstaat. Inachtneming van de voorwaarden en de procedure van dit kaderbesluit in het geval dat een lidstaat zich ertoe verbonden heeft om een sanctie ten uitvoer te leggen die is opgelegd bij een vonnis van een rechterlijke instantie van de beslissingsstaat. Vereiste dat de beslissingsstaat toestemming verleent voor de overname door een andere lidstaat van de tenuitvoerlegging van een dergelijke sanctie. Artikel 4. Mogelijkheid voor de beslissingsstaat om het vonnis en certificaat als bedoeld in dit artikel aan de tenuitvoerleggingsstaat toe te zenden. Gevolgen van het ontbreken van een dergelijke toezending. Beginsel van loyale samenwerking. Recht van de beslissingsstaat om die sanctie ten uitvoer te leggen. Handhaving van een Europees aanhoudingsbevel. Verplichting van de uitvoerende rechterlijke autoriteit om het Europees aanhoudingsbevel ten uitvoer te leggen.