Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/189
Onvoldoende zorg dragen voor een onder zijn hoede staande gevaarlijke hond (Mechelse herder) tijdens vechtpartij op straat, waardoor hond een ander meermalen in zijn lichaam en hoofd bijt, art. 425 lid 2 Sr. 1. Bewijsklacht. Kon hof oordelen dat verdachte als ‘hoeder’ van ‘gevaarlijke hond’ niet juiste maatregelen heeft getroffen die hem in staat stellen te voldoen aan zorgplicht a.b.i. art. 425 lid 2 Sr? 2. Schriftuur benadeelde partij, art. 361 lid 3 Sv. Kon hof oordelen dat vordering benadeelde partij t.a.v. deel van materiële schade (kosten voor herstellen van tatoeages) en deel van immateriële schade (smartengeld) een onevenredige belasting van strafproces vormt? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 06-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:9
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 januari 2026
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, M. Kuijer, T.B. Trotman
- Zaaknummer
24/00426
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:9, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1108, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑10‑2025
Essentie
Onvoldoende zorg dragen voor een onder zijn hoede staande gevaarlijke hond (Mechelse herder) tijdens vechtpartij op straat, waardoor hond een ander meermalen in zijn lichaam en hoofd bijt, art. 425 lid 2 Sr. 1. Bewijsklacht. Kon hof oordelen dat verdachte als ‘hoeder’ van ‘gevaarlijke hond’ niet juiste maatregelen heeft getroffen die hem in staat stellen te voldoen aan zorgplicht a.b.i. art. 425 lid 2 Sr? 2. Schriftuur benadeelde partij, art. 361 lid 3 Sv. Kon hof oordelen dat vordering benadeelde partij t.a.v. deel van materiële schade (kosten voor herstellen van tatoeages) en deel ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.