RvdW 2026/189:Onvoldoende zorg dragen voor een onder zijn hoede staande gevaarlijke hond (Mechelse herder) tijdens vechtpartij op straat, waardoor hond een ander meermalen in zijn lichaam en hoofd bijt, art. 425 lid 2 Sr. 1. Bewijsklacht. Kon hof oordelen dat verdachte als ‘hoeder’ van ‘gevaarlijke hond’ niet juiste maatregelen heeft getroffen die hem in staat stellen te voldoen aan zorgplicht a.b.i. art. 425 lid 2 Sr? 2. Schriftuur benadeelde partij, art. 361 lid 3 Sv. Kon hof oordelen dat vordering benadeelde partij t.a.v. deel van materiële schade (kosten voor herstellen van tatoeages) en deel van immateriële schade (smartengeld) een onevenredige belasting van strafproces vormt? HR: art. 81 lid 1 RO.