De bevrijdende verjaring
Einde inhoudsopgave
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/27.8.1:27.8.1 Inleiding
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/27.8.1
27.8.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.L. Smeehuijzen, datum 22-04-2008
- Datum
22-04-2008
- Auteur
mr. J.L. Smeehuijzen
- JCDI
JCDI:ADS371346:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Veeleer zou ik die motivering willen zoeken in het tweede perspectief, te weten de `gedraging' van de crediteur. Analyse van de rechtspraak waarin rechtsverwerking na substantieel tijdsverloop is aangenomen, geeft aanleiding drie groepen te onderscheiden. Ik zal die drie groepen in de onderstaande paragrafen beschrijven. Ze zijn in het kort als volgt te kenschetsen.
Ten eerste zijn er de gevallen waarin de crediteur niet heeft geageerd, kort nadat hij hiertoe in staat raakte. Ten tweede zijn er gevallen waarin de crediteur gedurende een zeer lange periode (meerdere jaren) stilzat, zonder dat gezegd kan worden dat hij min of meer direct had moeten ageren en zonder dat in de loop der tijd tussen partijen contact heeft bestaan. Ten derde zijn er de gevallen waarin ook niet gezegd kan worden dat de crediteur in een vroeg stadium had moeten ageren, maar waarin na substantieel tijdsverloop tussen partijen iets heeft plaatsgegrepen dat de omstandigheden die rechtsverwerking dragen, 'versneld' heeft doen intreden.