Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/185
Medeplegen opzettelijk aanwezig hebben van amfetamine, MDMA, heroïne en cocaïne in panden in Emmen en Roermond (art. 2 onder C Opiumwet), medeplegen productie van en handel in harddrugs (art. 2 onder B Opiumwet) en medeplegen witwassen van opbrengsten daarvan (art. 420bis lid 1 sub b Sr). Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over identificatie van verdachte als gebruiker van bepaald ‘Ironchat-account’, art. 359 lid 2 Sv. HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2026/184.
HR 06-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:23
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 januari 2026
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, C. Caminada, F. Posthumus
- Zaaknummer
23/04170
- Conclusie
A-G mr. V.M.A. Sinnige
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:23, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1339, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑12‑2025
Essentie
Medeplegen opzettelijk aanwezig hebben van amfetamine, MDMA, heroïne en cocaïne in panden in Emmen en Roermond (art. 2 onder C Opiumwet), medeplegen productie van en handel in harddrugs (art. 2 onder B Opiumwet) en medeplegen witwassen van opbrengsten daarvan (art. 420bis lid 1 sub b Sr). Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over identificatie van verdachte als gebruiker van bepaald ‘Ironchat-account’, art. 359 lid 2 Sv. HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2026/184.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04170
Datum ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.