RvdW 2026/184:Medeplegen opzettelijk aanwezig hebben van amfetamine, MDMA, heroïne en cocaïne in panden in Emmen en Roermond (art. 2 onder C Opiumwet), medeplegen productie van en handel in harddrugs (art. 2 onder B Opiumwet) en medeplegen witwassen van opbrengsten daarvan (art. 420bis lid 1 sub b Sr). Bewijsklachten medeplegen opzettelijk aanwezig hebben van verdovende middelen t.a.v. machtssfeer van verdachte, wetenschap van aanwezigheid van drugs en medeplegen. Kon hof oordelen dat verdachte samen met anderen opzettelijk verdovende middelen aanwezig heeft gehad in panden? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2026/185.