Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1226
Doodslag door in 1997 in Groningen een psychologe ’s nachts in haar woning met scherp voorwerp in haar borst te steken, art. 287 Sr. Bewijsklachten DNA-bewijs. 1. Afwijzing van ttz. in hoger beroep gedaan voorwaardelijk verzoek tot benoemen van nieuwe deskundige om contra-expertise te verrichten naar DNA-onderzoek op activiteitenniveau, op de grond dat dit niet noodzakelijk is. 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. onbetrouwbaarheid van DNA-onderzoek op bronniveau, art. 359 lid 2 Sv. 3. Kon hof oordelen dat door deskundige bij DNA-onderzoek op activiteitenniveau gedane aannamen valide zijn, aangezien deze aannamen zijn gebaseerd op feiten en omstandigheden die vaststaan dan wel voldoende steun vinden in dossier? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 11-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1671
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 november 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, T.B. Trotman
- Zaaknummer
23/01705
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1671, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:836, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑08‑2025
Essentie
Doodslag door in 1997 in Groningen een psychologe ’s nachts in haar woning met scherp voorwerp in haar borst te steken, art. 287 Sr. Bewijsklachten DNA-bewijs. 1. Afwijzing van ttz. in hoger beroep gedaan voorwaardelijk verzoek tot benoemen van nieuwe deskundige om contra-expertise te verrichten naar DNA-onderzoek op activiteitenniveau, op de grond dat dit niet noodzakelijk is. 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. onbetrouwbaarheid van DNA-onderzoek op bronniveau, art. 359 lid 2 Sv. 3. Kon hof oordelen dat door deskundige bij DNA-onderzoek op activiteitenniveau gedane aannamen valide zijn, aangezien deze aannamen zijn gebaseerd op feiten en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.