Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1220
Verzekeringsrecht. Aansprakelijkheidsverzekering. Rechtsvordering tot het doen van een uitkering; moment aansprakelijkstelling verzekerde bepalend voor aanvang verjaringstermijn (art. 7:942 lid 1 BW).
HR 14-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1686
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 november 2025
- Magistraten
Mrs. F.J.P. Lock, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/04193
- Conclusie
A-G mr. S.D. Lindenbergh
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsomstandigheden en beroepsschade
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verzekeringsrecht / Schadeverzekering
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1686, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:951, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 05‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 15‑11‑2024
- Wetingang
Art. 7:942 lid 1 BW
Essentie
Verzekeringsrecht. Aansprakelijkheidsverzekering. Rechtsvordering tot het doen van een uitkering; moment aansprakelijkstelling verzekerde bepalend voor aanvang verjaringstermijn (art. 7:942 lid 1 BW).
Samenvatting
Art. 7:942 lid 1 BW bevat een bijzondere verjaringstermijn voor de rechtsvordering tegen de verzekeraar tot het doen van een uitkering. Deze verjaringstermijn geldt voor alle in titel 17 van Boek 7 BW geregelde verzekeringen en is dus niet specifiek toegesneden op een verzekering tegen aansprakelijkheid. In de memorie van toelichting is opgemerkt dat pas als de verzekerde aansprakelijk is gesteld, hij een opeisbare vordering op zijn verzekeraar heeft en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.