Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1239
Medeplegen poging tot moord (art. 289 Sr) door in 2019 in Duitsland vanaf korte afstand meerdere kogels in richting van advocaat (curator) te schieten, en eendaadse samenloop van bedreiging van klant en eigenaar van sportschool (art. 285 lid 1 Sr) en vernieling (art. 350 lid 1 Sr) door met vuurwapen kogels door ruiten van sportschool te schieten. 1. Bewijsklacht bedreiging van klant van sportschool t.a.v. opzet. Kan uit de door hof gebruikte bewijsmiddelen volgen dat verdachte (voorwaardelijk) opzet had op bedreiging van klant? 2. Schriftuur benadeelde partij (levenspartner van advocaat), schokschade. Kon hof door b.p. gevorderde vergoeding van schokschade afwijzen? Ad 1. Voor veroordeling voor bedreiging met enig misdrijf tegen leven gericht dan wel zware mishandeling is vereist dat door bedreiging, gelet op aard daarvan en omstandigheden waaronder deze heeft plaatsgevonden, bij betrokkene in redelijkheid vrees kon ontstaan dat deze leven zou kunnen verliezen of zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen (vgl. HR 7 juni 2005, NJ 2005/448) en dat (voorwaardelijk) opzet van verdachte daarop was gericht (vgl. HR 17 januari 1984, NJ 1984/479). Hof heeft vastgesteld dat verdachte tegen betaling ‘incassoklussen’ deed en dat hij was gevraagd bij iemand langs te gaan die ‘heel lastig was’ en bij sportschool door ramen te schieten, omdat ‘die man dan wel zou luisteren’. Verdachte heeft tussen 22:30 uur en 22:40 uur 4 kogels afgeschoten op ramen van kantine van sportschool. Op dat moment was klant in sportschool aanwezig en hoorde zij schoten. ’s Hofs hierop gebaseerde oordeel dat verdachte de klant heeft bedreigd met enig misdrijf tegen leven gericht en/of met zware mishandeling is (mede gelet op wat daarover door en namens verdachte is aangevoerd) niet toereikend gemotiveerd. Uit bewijsvoering kan immers niet z.m. worden afgeleid dat verdachte zich bewust was van (mogelijke) aanwezigheid van een of meer personen in sportschool en dat (voorwaardelijk) opzet van verdachte erop was gericht bij klant in redelijkheid vrees te doen ontstaan dat zij leven zou kunnen verliezen dan wel zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen. HR zal verdachte vrijspreken van dit feit en kwalificatie van bewezenverklaarde aanpassen. Daardoor worden aard en ernst van wat in uitspraak overigens t.l.v. verdachte is bewezenverklaard (medeplegen poging tot moord en eendaadse samenloop van bedreiging en vernieling) niet aangetast, zodat verdere vernietiging van uitspraak op deze grond achterwege kan blijven. Daarbij is mede van belang dat hof o.g.v. art. 55 lid 1 Sr is uitgegaan van eendaadse samenloop van bewezenverklaarde bedreigingen en vernieling. Ad 2. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 28 juni 2022, NJ 2023/285, m.nt. J.L. Smeehuizen m.b.t. vergoeding van schokschade. Hof heeft afwijzing van vordering tot vergoeding van schade die gevolg is van hevige emotionele schok die bij b.p. is teweeggebracht door (tegen advocaat gepleegd) strafbaar feit gebaseerd op zijn oordeel dat geen sprake is van een, voor toekenning van vergoeding voor die schokschade vereiste, confrontatie van b.p. en met de t.a.v. advocaat gepleegde onrechtmatige daad of gevolgen daarvan. Gelet op wat hof heeft vastgesteld over manier waarop b.p. is geconfronteerd met de t.a.v. van advocaat gepleegde onrechtmatige daad of gevolgen daarvan en op wat hiervoor is overwogen, geeft dit oordeel niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is het toereikend gemotiveerd. Volgt (partiële) vernietiging, vrijspraak t.a.v. bedreiging van klant en aanpassing van kwalificatie (zonder terugwijzing). Samenhang met RvdW 2025/1237.
HR 11-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1676
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 november 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, C.N. Dalebout, F. Posthumus
- Zaaknummer
24/01717
- Conclusie
A-G mr. P.M. Frielink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1676, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:902, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑08‑2025
Essentie
Medeplegen poging tot moord (art. 289 Sr) door in 2019 in Duitsland vanaf korte afstand meerdere kogels in richting van advocaat (curator) te schieten, en eendaadse samenloop van bedreiging van klant en eigenaar van sportschool (art. 285 lid 1 Sr) en vernieling (art. 350 lid 1 Sr) door met vuurwapen kogels door ruiten van sportschool te schieten. 1. Bewijsklacht bedreiging van klant van sportschool t.a.v. opzet. Kan uit de door hof gebruikte bewijsmiddelen volgen dat verdachte (voorwaardelijk) opzet had op bedreiging van klant? 2. Schriftuur benadeelde partij (levenspartner van advocaat), schokschade. Kon hof ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.