Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1222
Lokaalvredebreuk, artikel 139 Sr. Het oordeel van het hof dat de verdachte wederrechtelijk heeft gehandeld, is niet onbegrijpelijk.
HR 11-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1674
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 november 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, C.N. Dalebout, M. Kuijer
- Zaaknummer
23/03898
- Conclusie
A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Politierecht / Bijzondere onderwerpen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1674, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:680, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 01‑07‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 01‑08‑2024
- Wetingang
Essentie
Lokaalvredebreuk door een politiebureau te bezoeken, terwijl ter zake van dat politiebureau een lokaalverbod aan de verdachte was opgelegd. Bewijsklacht over het bestanddeel ‘wederrechtelijk’. De Hoge Raad gaat in op de betekenis van de rechtmatigheid van het lokaalverbod voor het bewijs van dit bestanddeel.
Samenvatting
Het antwoord op de vraag of het opleggen van een lokaalverbod onrechtmatig is, wordt beheerst door het burgerlijk recht, in het bijzonder het eigendomsrecht of het met de eigenaar overeengekomen contractuele gebruiksrecht van de rechthebbende. Een uit het eigendomsrecht voortvloeiend gebruiksrecht is op grond van artikel 5:1 lid 2 BW in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.