Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht
Einde inhoudsopgave
Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht (Meijers-reeks) 2017/7.5:7.5 Tenuitvoerleggingsbeslissing
Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht (Meijers-reeks) 2017/7.5
7.5 Tenuitvoerleggingsbeslissing
Documentgegevens:
mr. drs. Y.N. van den Brink, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. drs. Y.N. van den Brink
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Nadat de rechter een bevel tot voorlopige hechtenis van een minderjarige verdachte afgeeft, dient hij direct een beslissing te nemen over de tenuitvoerlegging van dit bevel. Dit volgt uit artikel 493, eerste lid Sv dat voorschrijft dat een rechter die de voorlopige hechtenis van een jeugdige verdachte beveelt, nagaat of de tenuitvoerlegging van dit bevel kan worden geschorst. Als de rechter besluit de tenuitvoerlegging van het bevel niet te schorsen, kan hij op grond van artikel 493, derde lid Sv overwegen om de voorlopige hechtenis op een alternatieve locatie (bijvoorbeeld in het ouderlijk huis van de verdachte) of in een alternatieve vorm (lees: nachtdetentie) ten uitvoer te leggen.
7.5.1 Schorsing van de voorlopige hechtenis7.5.2 Schorsingsvoorwaarden7.5.3 Huisarrest7.5.4 Nachtdetentie